Toolbox natuurinclusief bouwen

De online toolbox helpt u om bij uw bouwplannen standaard rekening te houden met de natuur. En om waar dit kan, de natuurkwaliteit te vergroten. Hiermee willen we als gemeente zorgen voor meer verschillende soorten planten en dieren (biodiversiteit). Ook op die plekken waar natuur misschien niet het belangrijkste doel is, maar waar wel mogelijkheden zijn om natuur meer ruimte te geven.

Gebruik de checklist en kijk welke groenmaatregelen u bij uw plannen moet nemen.

Naar checklist

Het resultaat van de checklist moet u meesturen met de aanvraag van een omgevingsvergunning

Op deze pagina:

Tips voor groenmaatregelen

Met ‘groenmaatregelen’ zorgt u voor extra planten, struiken, bomen of water. Hierbij zijn de volgende punten belangrijk:

  • Zorg voor zoveel mogelijk (minimaal 50%) inheems groen. Inheems groen zijn planten en struiken die van nature in Nederland voorkomen
  • Probeer te behouden wat er al is aan groen/bomen/struiken. Dit kost minder tijd en geld. De planten die er al zijn hebben al (belangrijke) natuurwaarde en zorgen sneller voor het gewenste eindresultaat
  • Zorg voor een mix van maatregelen en groen. Dit is goed voor de biodiversiteit (verschillende soorten dieren en planten). Neem bijvoorbeeld verschillende maatregelen of zorg voor verschillende soorten  planten. Ook kunt u afwisselen met hoge en lage planten en kiezen voor planten die anders bloeien: bijvoorbeeld bloeiend in een tros, aar of waaier
  • Uw groenmaatregelen moeten blijven bestaan en ook later blijven werken. Hoe u dit regelt, moet u uitleggen in het verslag dat u maakt van uw maatregelen
  • Gebruik geen gif of andere bestrijdingsmiddelen
  • De maatregelen uit de Toolbox Nijmegen (bijlage H | p. 35 - 41) zijn bedoeld als voorbeelden. U kunt natuurlijk ook zelf op een creatieve manier de maatregelen invullen, zolang u daarbij voldoet aan het soort leefgebied dat de diersoorten nodig hebben

Ideeën voor plantensoorten, verkoop gifvrije planten en voorbeeldtuinen

Voorbeelden groenmaatregelen

Hieronder vindt u voorbeelden van groenmaatregelen voor uw bouwplannen. Let op: de genoemde voorwaarden voor grootte of lengte van de maatregelen, gelden voor bouwplannen met een oppervlak kleiner dan 2.000 m2. Voor plannen met een groter oppervlak verwachten we dat u een ecoloog inschakelt om te bepalen hoe u de groenmaatregelen goed uitvoert.

Bij elke groenmaatregel staat ook wat voor effect de maatregel heeft op de Nijmeegse doelsoorten (een doelsoort is een diersoort die hoort bij een bepaald leefgebied). Dit kan u helpen bij het kiezen welke maatregelen het meest geschikt zijn voor uw bouwplannen.

Een grasveld met veel (soorten) bloemen zorgt ervoor dat insecten er goed kunnen leven. Daarnaast kunnen planten beter wortelen in de grond, waardoor water ook makkelijker kan wegzakken in de bodem.

U kunt een grasveld met veel bloemen als volgt regelen:

  • Minder vaak maaien van (een deel van het) gras/gazon dat u al heeft. Het liefst maximaal 1 of 2 keer per jaar maaien. Voor meer soorten bloemen en grassen kunt u nog een meerjarig zadenmengsel zaaien
  • U kunt ook een nieuw grasland aanleggen en inzaaien met een meerjarig zadenmengsel. En ook dit gras maar een paar keer per jaar maaien

Tip: combineer het grasveld met een groep struiken.

Voorwaarden

  • Voor bouwplannen met een oppervlak kleiner dan 2.000 m2: grasveld is minimaal 10% van het totale onbebouwde oppervlak. Plannen met een oppervlak kleiner dan 500 m2 hoeven minimaal 1 m2 grasveld aan te leggen
  • Zorg dat minimaal de bovenste 30 cm van de bodem uit tuinaarde (zonder turf) bestaat
  • Gebruik een zadenmix van soorten die van nature in Nederland groeien (inheems)
  • Kies een locatie met zo goed mogelijk zonlicht

Invloed maatregel ‘grasveld met bloemen’ op doelsoorten en 4 V's

De ‘4 V’s' zijn voedsel, voortplanting, veiligheid en verbinding. Om te zorgen dat diersoorten blijven in een gebied, moeten naast goede nest- en restplaatsen ook de 4 V's goed geregeld worden. In de tabel hieronder staat op welke doelsoort en welke 4 V's de maatregel invloed heeft. 

Let op: u moet de maatregel wel aanpassen aan de soort. Bijvoorbeeld: huismussen eten vooral zaden, een zwarte roodstaart vooral insecten. Om het voedsel goed te regelen, moet u voor de huismus dus andere soorten planten regelen dan voor de zwarte roodstaart. Hetzelfde geldt voor de andere 3 V's. In de Toolbox Nijmegen vindt u op de pagina's 44 - 66 informatie hoe u de maatregelen per soort goed uitvoert.

Nijmeegse doelsoortenVoedselVoortplantingVeiligheidVerbinding
Huismusja---
Gewone dwergvleermuisja---
Scholeksterja---
Zanglijsterja---
Wezel/bunzingja---
Egelja---
Zwarte roodstaartja---
Kleine watersalamanderja--ja
Wilde bijen en vlindersjajajaja

Kosten

Als het grasveld met bloemen in de plaats komt van:

  • tegels: ongeveer € 5,- tot € 15,- per m2 met aanleggen meegerekend.
  • gazon: ongeveer € 2,- tot € 4,- per m2.

Tips

Heel weinig onderhoud nodig:

  • 1 tot 2 keer per jaar maaien. Maai het liefst 15 - 30% van het gras níet zodat dieren het nog kunnen gebruiken
  • Heeft u al een gazon heeft dat u nu anders gaat maaien? Maai dan de eerste jaren iets vaker per jaar ( 3 - 4 keer) en verwijder het gemaaide gras. Zo maakt u de bodem schraler en krijgen verschillende kruiden meer ruimte
  • Af en toe water geven. Hoe vaak hangt natuurlijk af van het seizoen en hoeveel regen er valt. Een grasveld met bloemen heeft diepere wortels dan een standaard gazon en heeft daarom minder water nodig

Als u een aannemer heeft voor uw plannen, kunt u deze ook om beheeradvies vragen dat past bij uw situatie.

Een groep struiken heeft struiken die dicht bij elkaar staan en samen een duidelijke, dichte structuur vormen. Een groep struiken is heel nuttig voor verschillende diersoorten, zoals vogels insecten en zoogdieren. Daarnaast kunnen planten beter wortelen in de grond, waardoor water ook makkelijker kan wegzakken in de bodem.

Goede struiken om te planten: soorten die van nature in Nederland groeien, vooral omhoog groeien en met veel verschillende bloemen of bessen. Denk aan slee-, mei-, duin- en vuurdoorn, vlier, hulst, druif, zwarte en rode bes, gelderse roos, liguster en hondsroos.

Voorwaarden

Voor bouwplannen met een oppervlak kleiner dan 2.000 m2:

  • Minimaal 3 soorten (omhoog groeiende) struiken die met bloemen en/of bessen
  • De grootte van de groep struiken moet minimaal 10% zijn van het totale onbebouwde oppervlak. Plannen met een oppervlak kleiner dan 500 m2 hoeven minimaal 3 m2 aan struiken aan te leggen

Tip: combineer deze maatregel met een grasveld met veel (soorten) bloemen

Invloed maatregel ‘groep struiken’ op doelsoorten en 4 V's

De ‘4 V’s' zijn voedsel, voortplanting, veiligheid en verbinding. Om te zorgen dat diersoorten blijven in een gebied, moeten naast goede nest- en restplaatsen ook de 4 V's goed geregeld worden. In de tabel hieronder staat op welke doelsoort en welke 4 V's de maatregel invloed heeft. 

Let op: u moet de maatregel wel aanpassen aan de soort. Bijvoorbeeld: huismussen eten vooral zaden, de gewone dwergvleermuis vooral vliegende insecten. Om het voedsel goed te regelen, moet u voor de huismus dus andere soorten planten regelen dan voor de gewone dwergvleermuis. Hetzelfde geldt voor de andere 3 V's. In de Toolbox Nijmegen vindt u op de pagina's 44 - 66 informatie hoe u de maatregelen per soort goed uitvoert.

Nijmeegse doelsoortenVoedselVoortplantingVeiligheidVerbinding
Huismusja-jaja
Gewone dwergvleermuisja---
Scholeksterja-jaja
Zanglijsterjajajaja
Wezel/bunzingja-ja-
Egeljajajaja
Wilde bijen en vlindersja-ja-

Kosten

Het planten van de struiken kost ongeveer € 10,- tot € 25,- per m2. Hierbij zijn de kosten van de struiken zelf niet meegerekend.

De kosten van de struiken zelf hangen sterk af van het soort struik. Waarschijnlijk is het ongeveer € 5,- tot € 20,-.

Beheertips

Heel weinig onderhoud nodig:

  • Gemiddeld 1 keer per jaar snoeien tijdens de herfst/winter, dit hangt af van het soort struik. Maai het liefst een deel níet zodat dieren het nog kunnen gebruiken
  • Water geven is alleen nodig als het extreem en lang droog is. In de eerste jaren na planten moeten de struiken wel genoeg water krijgen, omdat ze dan nog makkelijk kunnen uitdrogen 

Als u een aannemer heeft voor uw plannen, kunt u deze ook om beheeradvies vragen dat past bij uw situatie.

Een groene tuingrens bestaat uit planten zoals hagen, struiken of klimplanten. Het is een milieuvriendelijke mogelijkheid in plaats van de standaard muur of schutting tussen tuinen. De groene tuingrens biedt veel privacy en is goed voor het aantal (soorten) planten en dieren in de tuin. Ook zorgen groene tuingrenzen ervoor zorgen dat uw directe omgeving minder snel opwarmt. 

Voorwaarden

Voor bouwplannen met een oppervlak kleiner dan 2.000 m2:

  • Het liefst een mix van minimaal 2 soorten klimplanten en/of (omhoog groeiende) struiken
  • De grootte van de groene tuingrens moet minimaal 10% zijn van de totale tuingrens (in meters) en minimaal 1 meter lang zijn

Invloed maatregel ‘groene tuingrens’ op doelsoorten en 4 V's

De ‘4 V’s' zijn voedsel, voortplanting, veiligheid en verbinding. Om te zorgen dat diersoorten blijven in een gebied, moeten naast goede nest- en restplaatsen ook de 4 V's goed geregeld worden. In de tabel hieronder staat op welke doelsoort en welke 4 V's de maatregel invloed heeft.

Let op: u moet de maatregel wel aanpassen aan de soort. Bijvoorbeeld: huismussen eten vooral zaden, een egel vooral kleine (bodem)insecten, slakken en wormen. Om het voedsel goed te regelen, moet u voor de huismus dus andere soorten planten regelen dan voor de egel. Hetzelfde geldt voor de andere 3 V's. In de Toolbox Nijmegen vindt u op de pagina's 44 - 66 informatie hoe u de maatregelen per soort goed uitvoert.

Nijmeegse doelsoortenVoedselVoortplantingVeiligheidVerbinding
Huismus--jaja
Wezel/bunzing--jaja
Egel--jaja
Wilde bijen en vlindersja--ja

Kosten

€ 40,- tot € 100,- per meter. Hierbij is de aanleg meegerekend.

Beheertips

Heel weinig onderhoud nodig:

  • Minimaal elke 1 tot 3 jaar (voor een deel) snoeien tijdens de herfst/winter, dit hangt af van het soort struik of klimplant. Snoei het liefst een deel níet zodat dieren het nog kunnen gebruiken
  • Water geven is alleen nodig als het extreem en lang droog is. In de eerste jaren na planten moeten de struiken wel genoeg water krijgen, omdat ze dan nog makkelijk kunnen uitdrogen 

Als u een aannemer heeft voor uw plannen, kunt u deze ook om beheeradvies vragen dat past bij uw situatie.

Aanplanten of laten staan van 1 of meer alleenstaande bomen, van soorten die van nature in Nederland groeien. Bomen zijn belangrijk voor het beeld van een straat, wijk of stad en kunnen zorgen  voor een soort groene oase in de tuin. Ze hebben veel waarde voor de natuur en de directe omgeving waarin we wonen. Verschillende dieren gebruiken graag een boom. Ook zorgt een boom voor koelte op hete dagen. Er wordt wel eens gezegd dat een grote boom op een zonnige dag net zoveel koelte geeft als 10 airco's.

Voorwaarden

De boom moet vrij kunnen uitgroeien, zowel onder als boven de grond.

Grootte boomMinimale groeiruimte boven de grondMinimale groeiruimte onder de grond
Klein: tot 6 meter hoog15 m235 m2
Middelgroot: tot 12 meter hoog20 m235 m2
Groot: 12 meter of hoger35 m235 m2

Invloed maatregel ‘boom planten’ op doelsoorten en 4 V's

De ‘4 V’s' zijn voedsel, voortplanting, veiligheid en verbinding. Om te zorgen dat diersoorten blijven in een gebied, moeten naast goede nest- en restplaatsen ook de 4 V's goed geregeld worden. In de tabel hieronder staat op welke doelsoort en welke 4 V's de maatregel invloed heeft.

Let op: u moet de maatregel wel aanpassen aan de soort. Bijvoorbeeld: huismussen eten vooral zaden, de gewone dwergvleermuis vooral vliegende insecten. Om het voedsel goed te regelen, moet u voor de huismus dus andere soorten planten regelen dan voor de gewone dwergvleermuis. Hetzelfde geldt voor de andere 3 V's. In de Toolbox Nijmegen vindt u op de pagina's 44 - 66 informatie hoe u de maatregelen per soort goed uitvoert.

Nijmeegse doelsoortenVoedselVoortplantingVeiligheidVerbinding
Huismusja--ja
Gewone dwergvleermuisja--ja
Zanglijster--ja-
Eekhoornjajaja-
Wilde bijen en vlindersjaja-ja

Kosten

€ 50,- tot € 200,- per boom.

Beheertips

  • Jaarlijkse controle
  • Minimaal elke 1 tot 2 jaar boomkroon snoeien tijdens de herfst/winter, dit hangt af van de soort boom
  • Water geven is alleen nodig als het extreem en lang droog is. In de eerste jaren na planten moet de boom wel genoeg water krijgen, omdat de boom dan nog makkelijk kan uitdrogen

Als u een aannemer heeft voor uw plannen, kunt u deze ook om beheeradvies vragen dat past bij uw situatie.

Bij groene gevels groeien klimplanten of andere planten op de buitenkant van gebouwen of andere muren. Ze zorgen dat er insecten, vogels en andere dieren kunnen leven. Groene gevels zorgen er ook voor dat uw directe omgeving minder snel opwarmt.

Voorwaarden

  • Voor bouwplannen met een oppervlak kleiner dan 2.000 m2: grootte minimaal 10% vergeleken met de gevelhoogte in meters. Minimale lengte 1 meter en minimale diepte 30 cm (1 stoeptegel)
  • Zorg dat minimaal de bovenste 30 cm van de bodem uit tuinaarde (zonder turf) bestaat
  • Het liefst planten die vanaf de grond omhoog groeien tegen de gevel. Een andere mogelijkheid is losse panelen met planten aan de gevel vastmaken. Maar dit is vaak duurder en lastiger te onderhouden
  • Het liefst een mix van 2 of meer soorten klimplanten
  • Heeft u een gevel aan een straat, plein of ander deel van de openbare ruimte? Let dan op de voorwaarden op onze pagina Geveltuin aanleggen

Tip: combineer met een geveltuin.

Invloed maatregel ‘groene gevel’ op doelsoorten en 4 V's

De ‘4 V’s' zijn voedsel, voortplanting, veiligheid en verbinding. Om te zorgen dat diersoorten blijven in een gebied, moeten naast goede nest- en restplaatsen ook de 4 V's goed geregeld worden. In de tabel hieronder staat op welke doelsoort en welke 4 V's de maatregel invloed heeft.

Let op: u moet de maatregel wel aanpassen aan de soort. Bijvoorbeeld: huismussen eten vooral zaden, de gewone dwergvleermuis vooral vliegende insecten. Om het voedsel goed te regelen, moet u voor de huismus dus andere soorten planten regelen dan voor de gewone dwergvleermuis. Hetzelfde geldt voor de andere 3 V's. In de Toolbox Nijmegen vindt u op de pagina's 44 - 66 informatie hoe u de maatregelen per soort goed uitvoert.

Nijmeegse doelsoortenVoedselVoortplantingVeiligheidVerbinding
Huismusja-jaja
Gewone dwergvleermuisja-jaja
Wezel/bunzingja--ja
Eekhoornja--ja
Bijen en vlindersja-jaja

Kosten

€ 30,- tot € 70,- per meter. Hierbij is het aanleggen meegerekend.

Tip: u kunt subsidie aanvragen; zie onze pagina Subsidie groendaken en plantenmuren.

Beheertips

  • Jaarlijkse controle
  • Waar nodig verwijderen van jonge plantjes van ongewenste grote bomen of struiken
  • Minimaal elke 1 tot 3 jaar in fases snoeien tijdens de herfst, dit hangt af van het soort planten
  • Water geven, hoe vaak hangt af van het seizoen en hoeveel regen er valt. Wat hierbij kan helpen is het afkoppelen van uw regenpijp op uw groene gevel

Als u een aannemer heeft voor uw plannen, kunt u deze ook om beheeradvies vragen dat past bij uw situatie.

Een geveltuin is een strook met planten voor een gebouw en wordt bijgehouden door de bewoner of eigenaar. Het is een vrij makkelijke manier om uw omgeving vrolijker en groener in te richten.

Voorwaarden

  • Voor bouwplannen met een oppervlak kleiner dan 2.000 m2: grootte minimaal 10% vergeleken met de breedte van het gebouw in meters. Minimale lengte 1 meter en minimale diepte 30 cm (1 stoeptegel)
  • Zorg dat minimaal de bovenste 30 cm van de bodem uit tuinaarde (zonder turf) bestaat
  • Het liefst meerjarige planten die van nature in Nederland groeien. En houtige planten zoals struiken, lianen of (kleine) bomen
  • Heeft u een gevel aan een straat, plein of ander deel van de openbare ruimte? Let dan op de voorwaarden op onze pagina Geveltuin aanleggen

Tip: combineer met een groene gevel.

Invloed maatregel ‘geveltuin’ op doelsoorten en 4 V's

De ‘4 V’s' zijn voedsel, voortplanting, veiligheid en verbinding. Om te zorgen dat diersoorten blijven in een gebied, moeten naast goede nest- en restplaatsen ook de 4 V's goed geregeld worden. In de tabel hieronder staat op welke doelsoort en welke 4 V's de maatregel invloed heeft.

Let op: u moet de maatregel wel aanpassen aan de soort. Bijvoorbeeld: huismussen eten vooral zaden, de gewone dwergvleermuis vooral vliegende insecten. Om het voedsel goed te regelen, moet u voor de huismus dus andere soorten planten regelen dan voor de gewone dwergvleermuis. Hetzelfde geldt voor de andere 3 V's. In de Toolbox Nijmegen vindt u op de pagina's 44 - 66 informatie hoe u de maatregelen per soort goed uitvoert.

Nijmeegse doelsoortenVoedselVoortplantingVeiligheidVerbinding
Huismusja--ja
Gewone dwergvleermuisja---
Wezel/bunzingja--ja
Egelja--ja
Bijen en vlindersjajajaja

Kosten

€ 20,- tot € 50,- per meter. Hierbij is het aanleggen meegerekend.

Beheertips

  • Jaarlijkse controle
  • Waar nodig verwijderen van jonge plantjes van ongewenste grote bomen of struiken
  • Minimaal elke 1 tot 3 jaar in fases snoeien tijdens de herfst, dit hangt af van het soort planten
  • Water geven, hoe vaak hangt af van het seizoen en hoeveel regen er valt.

Als u een aannemer heeft voor uw plannen, kunt u deze ook om beheeradvies vragen dat past bij uw situatie.

Zie ook aanleggen van een geveltuin | Museum de Bastei.

Bij een groene daktuin plant u op uw platte of schuine dak grassen, kruiden, (kleine) struiken en misschien zelfs bomen. Gebruik het liefst soorten die van nature in Nederland groeien (inheems). Een groene daktuin is beter voor een gezonde omgeving en voor de natuur dan een sedumdak.

Voorwaarden

  • Het dak is plat of heeft een helling van maximaal 25 graden. Houd er rekening mee dat het aanleggen lastiger is hoe schuiner het dak
  • Voor bouwplannen met een oppervlak kleiner dan 2.000 m2: grootte minimaal 10% vergeleken met het totale oppervlak van het dak. Het groene dak moet minimaal 10 m2 zijn
  • Zorg voor een laag grond van minimaal 15 cm dik om op te planten. Hoe dikker deze onderlaag, hoe meer er mogelijk is voor het planten van stuiken en misschien zelf bomen

Invloed maatregel ‘groene daktuin’ op doelsoorten en 4 V's

De ‘4 V’s' zijn voedsel, voortplanting, veiligheid en verbinding. Om te zorgen dat diersoorten blijven in een gebied, moeten naast goede nest- en restplaatsen ook de 4 V's goed geregeld worden. In de tabel hieronder staat op welke doelsoort en welke 4 V's de maatregel invloed heeft.

Let op: u moet de maatregel wel aanpassen aan de soort. Bijvoorbeeld: huismussen eten vooral zaden, de gewone dwergvleermuis vooral vliegende insecten. Om het voedsel goed te regelen, moet u voor de huismus dus andere soorten planten regelen dan voor de gewone dwergvleermuis. Hetzelfde geldt voor de andere 3 V's. In de Toolbox Nijmegen vindt u op de pagina's 44 - 66 informatie hoe u de maatregelen per soort goed uitvoert.

Nijmeegse doelsoortenVoedselVoortplantingVeiligheidVerbinding
Huismusja-jaja
Gewone dwergvleermuisja--ja
Bijen en vlindersjajajaja

Kosten

€ 100,- tot € 150,- per vierkante meter. Hierbij is het aanleggen meegerekend.

Tip: u kunt subsidie aanvragen; zie onze pagina Subsidie groendaken en plantenmuren.

Beheertips

  • 1 - 2 keer per jaar controle
  • Minimaal 1 keer per jaar gras maaien in september of oktober. Maai het liefst in delen waarbij u 15 - 30% van het gras niet maait, zodat dieren het nog kunnen gebruiken. Een nieuwe groene daktuin kunt u de eerste jaren het beste 2 keer per jaar maaien, zowel in juni als september
  • Waar nodig verwijderen van jonge plantjes van ongewenste grote bomen of struiken
  • Minimaal elke 1 tot 3 jaar in fases struiken snoeien tijdens de herfst, dit hangt af van het soort planten
  • Water geven, hoe vaak hangt af van het seizoen en hoeveel regen er valt.

Als u een aannemer heeft voor uw plannen, kunt u deze ook om beheeradvies vragen dat past bij uw situatie.

Bij een groen sedumdak plant u op een plat of schuin dak sedumplanten. Dit zijn vetplanten die heel goed tegen droogte kunnen. Op een sedumdak kunnen verschillende soorten insecten leven. Ook helpt zo'n dak bij het opvangen van regen en zorgt het dat de directe omgeving minder snel opwarmt.

Voorwaarden

  • Het dak is plat of heeft een helling van maximaal 35 graden. Houd er rekening mee dat het aanleggen lastiger is hoe schuiner het dak
  • Voor bouwplannen met een oppervlak kleiner dan 2.000 m2: grootte minimaal 10% vergeleken met het totale oppervlak van het dak. Het groene dak moet minimaal 10 m2 zijn
  • Zorg voor een laag grond van minimaal 5 cm dik om op te planten

Invloed maatregel ‘groen sedumdak’ op doelsoorten en 4 V's

De ‘4 V’s' zijn voedsel, voortplanting, veiligheid en verbinding. Om te zorgen dat diersoorten blijven in een gebied, moeten naast goede nest- en restplaatsen ook de 4 V's goed geregeld worden. In de tabel hieronder staat op welke doelsoort en welke 4 V's de maatregel invloed heeft.

Let op: u moet de maatregel wel aanpassen aan de soort. Bijvoorbeeld: huismussen eten vooral zaden, de gewone dwergvleermuis vooral vliegende insecten. Om het voedsel goed te regelen, moet u voor de huismus dus andere soorten planten regelen dan voor de gewone dwergvleermuis. Hetzelfde geldt voor de andere 3 V's. In de Toolbox Nijmegen vindt u op de pagina's 44 - 66 informatie hoe u de maatregelen per soort goed uitvoert.

Nijmeegse doelsoortenVoedselVoortplantingVeiligheidVerbinding
Gewone dwergvleermuisja---
Bijen en vlindersja--ja

Kosten

€ 50,- tot € 100,- per meter. Hierbij is het aanleggen meegerekend.

Tip: u kunt subsidie aanvragen; zie onze pagina Subsidie groendaken en plantenmuren.

Beheertips

Heel weinig onderhoud nodig:

  • Jaarlijkse controle
  • Waar nodig verwijderen van jonge plantjes van grotere planten (struiken of bomen)
  • Water geven, hoe vaak hangt af van het seizoen en hoeveel regen er valt
  • Water geven is alleen nodig als het extreem en lang droog is

Als u een aannemer heeft voor uw plannen, kunt u deze ook om beheeradvies vragen dat past bij uw situatie.


Naar boven

Nest- en rustplaatsen maken

Hieronder vindt u voor huismus, gierzwaluw en vleermuis informatie over het goed inrichten van nest- en rustplaatsen voor deze soorten. Let op: de genoemde voorwaarden gelden voor bouwplannen met een oppervlakte kleiner dan 2.000 m2. Voor plannen met een groter oppervlak verwachten we dat u een ecoloog inschakelt om te bepalen hoe u de deze maatregelen goed uitvoert.

De huismus leeft graag op een vaste plek en is een sociale vogel die het hele jaar in groepen leeft. Huismussen broeden in of tegen allerlei gebouwen: in een beschaduwde dakgoot, onder de dakpannen of in een nestkast.

Voorwaarden

  • Bescherming en dekking met struiken van minimaal 1.5 meter hoog, maar het liefst 2 - 3 meter hoog. Denk aan het planten van struiken met doornen of struiken die het hele jaar groen blijven, bomen, hagen of klimplanten. Gebruik het liefst inheemse soorten
  • Invliegopeningen van nestplaats op minimaal 3 meter hoogte (maximaal 12 meter). Zorg ervoor dat de openingen gericht zijn op het noorden of oosten. En dat er schaduw is van bijvoorbeeld een dakgoot of overkapping
  • Plaats nestplaatsen het liefst dicht bij elkaar met tenminste 50 centimeter ruimte ertussen

Kosten

Ongeveer €30,- tot € 60,- per nestplaats. Het is het beste om nest- en leefruimte te houden of regelen in gebouwen zelf, als dit mogelijk is met uw plannen. Dan kost het u misschien minder.

Tips

U hoeft nest- en rustplaatsen niet schoon te maken.

Gierzwaluwen zijn van april tot augustus in Nederland en trekken voor de koude maanden naar warmere landen. Gierzwaluwen doen bijna alles vliegend, ze komen alleen uit de lucht om te broeden. Ze broeden graag in de holtes van gebouwen en onder daken waarbij ze onze gebouwde omgeving als een rotslandschap zien. De verschillende kieren en openingen in onze gebouwen zijn voor hen plekken om te nestelen.

Voorwaarden

  • Invliegopening van nestplaats:
    • Op minimaal 3 meter hoogte (het liefst minimaal 4 meter). De vogels hebben minimaal 1 - 2 meter vrije ruimte onder de opening nodig, omdat ze niet direct vanuit het nest kunnen opstijgen en zich eerst naar beneden laten vallen
    • Opening ovaal of rechthoekig van 65 millimeter breed en 30 millimeter hoog
    • Opening niet te hoog boven de bodem van de nestplaats
    • Zorg ervoor dat de openingen gericht zijn op het noorden of oosten. En dat er schaduw is van bijvoorbeeld een dakgoot of overkapping
  • Oppervlakte bodem nestplaats minimaal 15 bij 25 centimeter (het liefst 800 cm2)
  • Plaats nestplaatsen het liefst dicht bij elkaar met tenminste 50 centimeter ruimte ertussen. Wissel de hoogtes van de nestplaatsen en afstanden ertussen af, zodat de vogels de eigen nestplaats makkelijker kunnen herkennen
  • Zorgen voor vrije aanvliegroutes. Dus geen bomen, masten of steigers die in de weg staan

Kosten

Ongeveer €30,- tot € 60,- per nestplaats. Het is het beste om nest- en leefruimte te houden of regelen in gebouwen zelf, als dit mogelijk is met uw plannen. Dan kost het u misschien minder.

Tips

U hoeft nest- en rustplaatsen niet schoon te maken.

Sommige vleermuizen, zoals de gewone dwergvleermuis, hebben bijna altijd gebouwen nodig voor hun nest- en rustplaatsen. Hier brengen ze hun jongen groot. Denk hierbij aan kieren, een spouwmuur en onder de dakpannen van een rijtjeshuis, schoolgebouw of flat. Vleermuizen gebruiken verschillende (type) nest- en rustplaatsen door het jaar heen.

Voorwaarden

  • Invliegopeningen:
    • Op minimaal 3 meter hoogte (het liefst minimaal 4 meter, voor een nestkast geldt dit sowieso)
    • Opening 1.5 - 2 centimeter groot
    • Geen licht dat in de opening kan schijnen
    • Varieer met windrichtingen: de vliegopeningen kunnen op elke windrichting geplaatst worden. De vleermuis heeft het liefst openingen gericht op het oosten, zuiden of westen
  • Zorg voor vrije aanvliegroutes. Dus geen bomen, masten of steigers die in de weg staan
  • Zorg voor een goed microklimaat: maak de nest- of rustplaats tochtvrij, waterdicht, vorstvrij (voor een plaats waar ze in de winter kunnen rusten) en een stabiele afwisseling qua temperatuur (tussen 0 - 10 graden)
  • Plaats in de binnenkant ruw duurzaam materiaal dat langer dan 20 jaar mee kan
  • Minimale grootte nest- of rustplaatsen:
    • Zomerplaats: 15 - 50 bij 30 - 50 centimeter
    • Nestplaats: 70 - 100 bij 70 - 100 centimeter, 3 of meer lagen/delen
    • (Massa)winterplaats: 200 - 300 bij 100 - 200 centimeter, 3 of meer lagen/delen

Kosten

Ongeveer €30,- tot € 500,- per nestplaats, dit hangt af van het soort nestplaats. Het is het beste om nest- en leefruimte te houden of regelen in gebouwen zelf, als dit mogelijk is met uw plannen. Dan kost het u misschien minder.

Tips

U hoeft nest- en rustplaatsen niet schoon te maken.