Datum:

Nieuwjaarstoespraak 9 januari 2023

Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen

Geachte dames en heren,
beste mensen, Nijmegenaren en Nijmeegse vrienden,

Allereerst van harte welkom hier in de Vereeniging op de nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente Nijmegen. Voor het eerst in drie jaar hebben we elkaar weer de hand geschud. En ik ben blij dat we hier vandaag samen het nieuwe jaar inluiden. Bij binnenkomst zag ik vele bekende, maar ook nieuwe gezichten voorbijkomen; voor u een speciaal welkom.
U zag zelf misschien ook nieuwe gezichten, want Nijmegen heeft sinds de zomer een nieuw college en een kersverse gemeenteraad. Inmiddels zijn zij allemaal enthousiast en voortvarend –samen met u- aan de slag met kansen en uitdagingen voor onze stad.

Het jaar 2022 hebben we weer afgesloten, hopelijk was het feestelijk voor u. Al dan niet met wat vuurwerk, maar daar ga ik vandaag niks over zeggen…

We mogen rustig zeggen dat we de afgelopen periode woelige wateren bevaren hebben, en het is nog steeds verre van windstil. Voor veel mensen zijn de afgelopen jaren turbulenter dan ooit. Daar kom ik straks nog op terug.

Er werd in 2022 gelukkig weer volop gevierd. In de Vierdaagseweek bruiste de stad als vanouds en lieten we ons van onze beste kant zien, zelfs met schone, ‘lege-beker-vrije’ straten. De Stevenskerk, icoon van onze stad, viert het 750-jarig bestaan. En ook dit nieuwe jaar is er een bijzonder feest: het 100-jarig bestaan van de universiteit.

Verder werd in april baby Cristiano geboren. Deze nieuwste Nijmegenaar bracht onze stad naar het onovertroffen aantal van 180.000 inwoners.

Ook uniek: onze Grootste Nijmegenaar aller Tijden, pater Titus Brandsma, voormalig rector van de universiteit, werd in mei door de Paus heiligverklaard.

Bijzonder is ook dat we de gemeenschappelijke regeling Bijsterhuizen na 30 jaar succesvolle samenwerking tussen de gemeenten Wijchen en Nijmegen hebben opgeheven.
Op dit bedrijventerrein werkten vorig jaar zo’n 6500 mensen en werd 2,3 miljard euro omgezet. Deze samenwerking heeft dus enorm aan de welvaart van deze regio bijgedragen. Ik zal het nieuwsbericht hierover wel gemist hebben…

En NEC heeft weer het linkerrijtje van de eredivisie bereikt.

Maar afgelopen jaar bracht ook grote uitdagingen, ellende en onzekerheden. Op wereldschaal en persoonlijk, dichtbij.

Toen het stof in de stad nog neerdwarrelde na alle coronabeperkingen, en we net Heumensoord gesloten hadden na een maandenlang verblijf van Afghaanse evacués, startte de oorlog in Oekraïne. Al gauw maakte in onze stad de eerste schrik plaats voor hulpvaardigheid en daadkracht. Oekraïense vlaggen werden gehesen en Nijmegenaren zetten zich in om ontheemden een warm thuis te bieden.
Ook vluchtelingen van elders zochten hun toevlucht in ons land. Het leidde tot een bijna-instorting van de Nederlandse vluchtelingenopvang. De tv-beelden van Ter Apel, waar mensen op straat sliepen, zal ik niet snel vergeten.

Maar in Nijmegen laten we niemand in de kou staan.
Na inmiddels ruim 10 jaar als uw burgemeester maakt het mij toch steeds opnieuw weer trots en dankbaar, om te zien hoe warm en gastvrij Nijmegenaren zijn voor mensen die onze hulp nodig hebben.

De oorlog in Oekraïne heeft ook anderzijds rechtstreeks invloed op ons dagelijks leven, door de hoge prijzen voor boodschappen en de energierekening. Na de extreme hitte afgelopen zomer, is het voor sommigen in onze stad die niet meer rond kunnen komen, ineens een ongekend koude winter. Ons stadsbestuur zet zich op allerlei manieren in om inwoners, maar ook bedrijven en organisaties de winter door te helpen. Ook Nijmegenaren onderling helpen elkaar. Die warmte wordt zeker gevoeld en biedt licht in donkere tijden.

Voor ondernemers en bedrijven is het -ook los van de gasrekening- geen gemakkelijke tijd. Net opgekrabbeld uit de coronacrisis, is het soms hard werken om te overleven. En ook al is er werk genoeg, er zijn weinig mensen te vinden die dat kunnen doen.
Voor ondernemers, leidinggevenden en hun medewerkers betekent dat dagelijks gaten dichten en extra werkdruk. Niet alleen in het bedrijfsleven, niet alleen in het onderwijs en de zorg; in vrijwel alle sectoren.
Ook is er veel ziekteverzuim. Op het werk is het een dubbele klus om roosters rond te krijgen en ook de collega’s scherp in het oog te houden, zodat iedereen overeind blijft. Dat vraagt creativiteit, uithoudings- en doorzettingsvermogen.

Dames en heren, beste mensen,

Die tekorten op de arbeidsmarkt lijken nu misschien plotseling groot, maar dienden zich al decennia aan door een vergrijzende en ontgroenende bevolking. En ze zullen er ook blijven, als we niet op een andere manier naar werk gaan kijken. We kunnen het ons niet permitteren om alleen te constateren dat er te weinig mensen zijn. Tenzij we massaal personeel uit het buitenland willen halen, wat een ander maatschappelijk draagvlak zou vragen. We moeten creatiever worden in hoe we die economische puzzel met minder mensen leggen. Dat is de toekomst.

We werken eraan dat het onderwijs meer aansluit op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld, en dat mensen die niet vanzelf een baan vinden, daarin optimaal begeleid worden. Ook moeten we zorgen dat mensen hier graag wonen. Qua omgeving, winkel-, horeca-, cultuur- en evenementenaanbod is dat geen enkel probleem in onze stad en regio. Maar met 180.000+ inwoners is woonruimte al langere tijd een uitdaging. Wie nu in Nijmegen-Noord rondkijkt, ziet er veel hijskranen. Het langverwachte winkelhart wordt gebouwd. De stad ontwikkelt zich daar in een razend tempo. Toch zijn er nog veel meer woningen nodig. Daarom komen er de komende jaren duizenden woningen bij in Winkelsteeg en rond het station.

Steeds meer mensen wonen bovendien alleen. Dat maakt de druk op de woningmarkt in een groeiende stad nog groter. Daarnaast leven mensen steeds langer. We hebben niet alleen woningen voor starters en gezinnen nodig, maar ook geschikte levensloopbestendige woonruimte. En passende voorzieningen, gezellige activiteiten en goede zorg voor Nijmegenaren in latere fasen van het leven.

Want bij ouder worden ligt ook eenzaamheid op de loer. Ik vind het daarom mooi om te zien, dat er al initiatieven zijn waar jonge mensen samen met ouderen in een appartementencomplex gaan wonen, en zich van tevoren al committeren aan gezamenlijke activiteiten. Want als we alleen bouwen, of voorzieningen en activiteiten ontwikkelen, voor doelgroepen: hoe ontmoeten we elkaar dan nog? Hoe leren we nog van elkaar? En hoe houden we dan onze samenleving bijeen?

Met al deze geschetste ontwikkelingen kan ik maar één conclusie trekken. Er staat véél onder druk in de samenleving. Zelfs als zelfverklaarde optimist kun je hier weleens negatief van gaan denken. Dat kan ik niemand kwalijk nemen.

En al die uitdagingen die ik net benoemde, die zijn er nú. Niet in de toekomst. Die moeten nú worden aangepakt. Door de opeenvolging van uitdagingen en crises, en de toenemende druk die dat meebrengt, wordt onze samenleving steeds meer een snelkookpan. En we willen de deksel er in Nijmegen sámen op kunnen houden.

Het risico dreigt dat mensen zich in lastige tijden steeds meer op hun eigen problemen richten. Ze gaan zich radicaler uiten, ze gaan meebewegen met polariserende groepjes. Terwijl we het als stad, als mensen onder elkaar, beter redden als we elkaar vasthouden. Ik heb graag het beeld, dat we hier samenleven met respect voor elkaar, met begrip voor elkaars ‘anderszijn’. Dat deze stad het gesprek voert als het lastig wordt. En als dát onze basishouding naar elkaar is, dan hoeven we onszelf èn anderen niet onnodig in hokjes te plaatsen, als ‘doelgroep’ te zien. Juist als we van de kook raken, moeten we verbinding zoeken. Ons best doen om begrip te voelen. Zien en waarderen wat anderen doen, in plaats van bekritiseren en zonder enige rem met de beschuldigende vinger wijzen.

Beste mensen, dames en heren,

Daarbij nog iets. Het aantal mensen in de stad wordt niet kleiner, en we krijgen er niet méér ruimte of middelen bij. Dat betekent dat we nú samen het vuur onder die snelkookpan lager moeten zetten, als we niet willen dat de kolkende pan straks ineens overkookt. Daarom wens ik u voor 2023 een warm hart en een koel hoofd; meer rust en beheersing en minder ego-gedreven ambitie.

Zo warm als we vluchtelingen verwelkomen, hoop ik dat we ook blijven omgaan met onze stadgenoten. Je gezien en gesteund voelen, helpt om in moeilijke tijden de saamhorigheid en rust te bewaren. Onder druk ligt het risico op de loer dat we vooral nog zien wat níet goed gaat.

Vandaag vraag ik speciale aandacht voor onze jeugd. Verplaatst u zich eens in een 15-jarige jongere. Door uitval van onderwijs de afgelopen jaren hebben basisschoolkinderen en brugklassers achterstanden. Door lockdowns en de hoge eisen van deze tijd kampen relatief veel jongeren en studenten met psychische problemen en eenzaamheid. In het nieuws: toenemend wapenbezit, veiligheidsincidenten, overlast. En de immense digitale wereld roept meer vragen op dan ze beantwoordt. Hoe positief kijkt deze jongere nog naar zichzelf en naar zijn toekomst?

Als zijn ouders dan óók nog moeten puzzelen hoe zij het gezin te eten geven, of zelf psychische problemen hebben: wie heeft er dan ècht oog voor deze jongere, en voor andere kinderen?

We kunnen niet laten gebeuren dat kinderen de dupe worden van allerlei problemen, die volwassenen moeten oplossen. Dus moeten wij –als ouders, maar ook de mensen daaromheen: de buurvrouw, een oom, de leerkracht, een sporttrainer of hulpverlener- opstaan en helpen. Velen doen dat al elke dag, ik hoop dat vele anderen dat ook gaan doen.

Laten we op straat, school en thuis met liefde omkijken naar onze jeugd, doen wat we kunnen om te helpen en aan de bel trekken als dat even niet meer lukt. Want we hebben een sterke, hoopvolle en oplossingsvaardige nieuwe generatie Nijmegenaren nodig, die de oudste stad van Nederland de toekomst invoert.

De jeugd vertegenwoordigt hoop, zoals de Franse schrijver en dichter Charles Péguy in het gedicht ‘De kleine hoop’ (‘La petite espérance’) prachtig verwoordt:

Het geloof is een trouwe bruid…
De liefde is een toegewijde moeder…
Maar de hoop is een heel klein meisje. 

Daar stapt ze, de kleine hoop,
tussen haar beide grote zussen.
Haast niemand gunt haar enige aandacht.
Op de weg naar het heil,
op de wegen van deze aarde,
op de hobbelige weg naar het heil,
op die weg zonder einde,
tussen haar beide zussen in,
stapt de kleine Hoop verder. 

….

Zij, de kleinste, trekt alles op gang.
Want het geloof ziet alleen wat ‘is’.
Zij echter ziet wat ‘zal zijn’.
De liefde heeft slechts lief wat ‘is’.
Zij bemint wat ‘zal zijn’.  

In werkelijkheid wordt alles wat gebeurt door kinderen gedaan.
Zij nemen ons bij de hand.
Al wat wij tot stand brengen,
wordt door het kleine meisje hoop gedaan.

Ik wens u allen hier aanwezig, en alle 182.549 Nijmegenaren, een gezond en gelukkig 2023 toe. Het afgelopen jaar was er een groei van bijna 3,5 duizend inwoners. De grootste groei van onze stad in vele decennia!

En dan sluit ik graag hoopvol af, met een opdracht aan ons allemaal voor dit nieuwe jaar. In lijn met de titel van de nieuwste roman van Thomas Verbogt over Nijmegen: ‘Maak het mooi’!

Dank voor uw aandacht.

 

N.B. het gesproken woord geldt