Meisje op de loopfiets: "Ik wil later net als mijn broer naar school fietsen"
Ze is nog klein. Maar op haar felgekleurde loopfiets voelt ze zich al groot. Met veel plezier rijdt ze door de straat. Ze oefent met sturen en probeert haar evenwicht te bewaren. Haar moeder loopt altijd dicht naast haar. Een echte fiets met trappers is de volgende stap waar ze naar uitkijkt. Daarna wil ze net als haar grote broer: helemaal alleen naar school fietsen. "Mijn broer fietst al helemaal zelf naar school," vertelt ze trots. "Dat wil ik later ook kunnen!"
Leren bewegen in het verkeer
Nu blijft ze met haar loopfiets nog dicht bij huis. Ze vindt het heerlijk om buiten te zijn en rondjes te rijden op de stoep. Hard gaan vindt ze het allerleukst. Maar als er auto's door de straat rijden, verandert dat soms snel. "Als auto's heel snel rijden, vind ik dat een beetje spannend."
Dat is niet gek. Op een loopfiets zit een kind laag bij de grond. Ze kan de weg nog niet goed overzien. En ze heeft nog bijna geen ervaring met het verkeer. Ze leert niet alleen sturen en remmen, maar ook hoe ze veilig moet bewegen tussen andere mensen op straat. Daarom is ze blij als haar moeder dichtbij is als ze buiten speelt. En ze merkt het meteen als auto's rustig langsrijden. "Dan kan ik beter kijken. En kan mama ook beter op mij letten."
Ruimte om te oefenen
Een rustige straat met een lage snelheid geeft een jong kind de ruimte om te oefenen. Ruimte om haar evenwicht te bewaren, een bochtje te maken of op tijd te stoppen. Zonder dat er steeds een hard rijdende auto voorbijkomt.
Haar grote broer laat elke dag zien waar ze naartoe werkt. Hij pakt 's ochtends zijn fiets en rijdt zelf naar school. Voor het meisje op de loopfiets is dat een duidelijk doel. Eerst goed leren sturen en remmen. Dan steeds een stukje verder de wijk in. En op een dag helemaal zelf naar school. De invoering van 30 km/u merkt ze op haar eigen manier. Ze denkt niet na over remwegen of verkeersregels. Ze denkt gewoon aan lekker buiten spelen en fietsen. "Dan rijden de auto's minder hard. En dat vind ik heel fijn."
Voor volwassenen is 30 km/u misschien maar een kleine verandering. Maar voor een jong kind dat het verkeer nog moet leren, maakt het een groot verschil. Een auto die langzamer rijdt, geeft meer tijd om te kijken en elkaar op tijd te zien.
Veilig leren fietsen begint met genoeg ruimte om te oefenen. Als het meisje op de loopfiets één boodschap mag geven aan alle automobilisten in Nijmegen, is die kort en duidelijk: “Niet zo hard rijden. Want er fietsen hier ook kleine kindjes.”
En voor wie rijdt ze straks zelf 30? “Voor kindjes die fietsen. En voor mij!”
Vanaf 15 september rijden we op meer straten in Nijmegen 30 kilometer per uur. Zo wordt het veiliger voor iedereen die loopt, fietst en woont in de straat. Voor elkaar. Voor de straat. Voor Nijmegen.