Parkeren in Nijmegen - Auto en Fiets - 2020-2030

Samenvatting

In 2012 is de parkeernota ‘Kiezen én Delen’ opgesteld met een doorlooptijd tot en met 2017. Ontwikkelingen op het gebied van verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening en economie vragen om een actualisatie van het gemeentelijk parkeerbeleid. Hierbij wordt aangesloten op het ‘Ambitiedocument Mobiliteit 2019-2030’ en de ‘Omgevingsvisie Nijmegen 2040: stad in Beweging’.

In de voorliggende nota staan de volgende punten centraal:

1.    We actualiseren de gemeentelijke parkeernormen voor auto en fiets. Deze normen bieden ons handvatten om de komende jaren bij ruimtelijke ontwikkelingen flexibiliteit en maatwerk toe te passen. Verlaging van de parkeernormen sluit aan op onze ambitie om duurzaam vervoer te stimuleren (lopen, fietsen, OV, deelmobiliteit, ehubs) en ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. 

2.    We voeren bij gebieden met grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen betaald parkeren in ten behoeve van de ruimtelijke ambities en de beoogde mobiliteitstransitie. Het gebruik en dus de bouw van parkeergarages bij nieuwbouwprojecten staat immers onder druk als maaiveld-parkeren in de omgeving niet is gereguleerd. Dit geldt voor het gebied ten westen van het spoor (Waalfront, Waterkwartier, Wolfskuil en Stationsgebied), maar ook in Nijmegen-Noord bij Hof van Holland. Bij de gebiedsbepaling is uitgegaan van logische grenzen om overloop naar het aangrenzend gebied zoveel mogelijk te voorkomen. 

3.    We hanteren voor woonwijken de volgende spelregels voor de invoering van betaald parkeren:

  • We delen de stad op in onderzoeksgebieden met logische fysieke grenzen en voeren een parkeerdrukonderzoek uit als binnen een jaar minimaal 50% van het aantal huishoudens in een deelgebied een verzoek indient bij de gemeente om betaald parkeren in te voeren.
  • Als de gemiddelde parkeerdruk in het gebied lager dan 80% is, dan is er geen sprake van een structureel parkeerprobleem. De gemeente treft dan geen maatregelen. 
  • Als de gemiddelde parkeerdruk in het gebied op minimaal drie representatieve meetmomenten boven de 80% uitkomt en de parkeerdruk (deels) wordt veroorzaakt door automobilisten met een herkomst van buiten het betreffende gebied (minimaal 5%), dan wordt betaald parkeren ingevoerd
  • We voegen geen extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte toe om parkeerproblemen in wijken op te lossen.
  • De gewijzigde spelregels voor invoering van betaald parkeren (methode, onderzoeksgebieden, tijden et cetera) evalueren we een jaar na vaststelling door het college van B&W en de resultaten worden teruggekoppeld aan de gemeenteraad.

4.    Voor bezoekers wordt parkeren in de binnenstad niet meer vanzelfsprekend. Automobilisten worden op de belangrijkste invalswegen gewezen op verschillende mogelijkheden:

  • Park & Ride: goedkoop parkeren bij de stadsrand voorzien van natransport per fiets, trein of (H)OV.
  • Park & Bike / Walk: betaald parkeren aan de rand van de binnenstad met goede looproutes / fietsverbindingen de stad in. 
  • Centrumgarages: parkeren met hoog parkeertarief dicht bij de bestemming tegen het minst aantrekkelijk tarief.

Voor parkeerders is duidelijk wat de keuzemogelijkheden zijn (inclusief kosten, beschikbaarheid, OV- en fietsverbindingen, reistijden), zodat ze een onderbouwde keuze kunnen maken en niet-noodzakelijk autoverkeer zoveel mogelijk wordt geweerd uit het centrum. 

5.    Parkeerplaatsen op straat gaan de komende jaren (waar mogelijk) plaats maken voor een hoogwaardige openbare ruimte met verblijffuncties en openbaar groen. In de binnenstad is dit gekoppeld aan het omzetten van één of meerdere openbare parkeergarages naar stallingsgarages (exclusief voor abonnementhouders) en het omzetten van parkeerplaatsen voor auto’s naar voorzieningen voor fietsers. Buiten het centrum wordt het mogelijk om, als sprake is van structurele (o.b.v. van parkeerdrukmetingen aantoonbare) overcapaciteit, samen met de omgeving te bekijken of autoparkeerplaatsen kunnen worden vervangen door fietsparkeerplaatsen, groenvoorzieningen, ondergrondse vuilcontainers of speelvoorzieningen. 

6.    We hanteren een eenvoudige en begrijpelijke tariefstructuur. Het streven hierbij is om de kosten voor bewoners (parkeervergunning) beperkt te houden. 

  • We gaan de kosten van een parkeervergunning voor bewoners in de binnenstad (= historische binnenstad + stationsomgeving) verlagen van 15 euro per maand naar 4 euro per maand. 
  • Buiten het centrum verlagen we het tarief voor een parkeervergunning van 13 euro per maand naar 1,00 euro per maand voor de eerste vergunning per adres.
  • Verlaging van de vergunningtarieven leidt tot een inkomstendaling. Dit wordt gedekt uit een verhoging van de vergunningtarieven voor de tweede en derde auto. 
  • Het parkeertarief in de binnenstad wordt verhoogd naar 3,10 euro per uur, buiten het centrum hanteren we een uniform parkeertarief van 2,00 euro per uur (de blauwe en groene parkeerzone)

We onderzoeken de mogelijkheden om ook de vergunningtarieven voor ondernemers buiten het centrum te verlagen. Deze veranderen vooralsnog niet. Voor mantelzorgers hanteren we een 0-euro tarief. 
Buiten het centrum verhogen we bij de bezoekersvergunning het maximaal aantal parkeeruren per huishouden van 500 naar 1.000 uur per jaar. Deze wijziging evalueren we na een jaar.
Het parkeerbeleid werken we de komende jaren verder uit in concrete maatregelen die aansluiten op de ruimtelijke en mobiliteitsambities van de gemeente.