Datum:

Excuses voor rol Nijmeegs gemeentebestuur in slavernijverleden

Burgemeester Bruls heeft namens het college van burgemeester en wethouders excuses uitgesproken voor de rol van het Nijmeegse gemeentebestuur in het koloniale slavernijsysteem. Hiermee reageert het college op de uitkomsten van onderzoek van de Radboud Universiteit uit 2025 en vervolggesprekken hierover in de stad. Het college erkent dat stadsbestuurders destijds bestuurlijk, politiek en economisch verweven waren met het koloniale systeem, waardoor slavernij mogelijk werd gemaakt en in stand werd gehouden.

Proces

In het afgelopen jaar heeft de gemeente Nijmegen samen met de stad een proces doorlopen om de conclusies te doorleven van onderzoek van de Radboud Universiteit naar de rol van het gemeentebestuur in koloniale slavernij*. Daarbij wilde de gemeente ook naar de toekomst kijken. Hoe verbinden we deze historische kennis aan hedendaagse ongelijkheid en discriminatie?

Afgelopen jaar vonden hierover diverse bijeenkomsten plaats, met uiteenlopende groepen Nijmegenaren die vanuit verschillende invalshoeken naar het onderwerp keken. Lang niet iedereen bleek op de hoogte van de Nijmeegse koloniale geschiedenis. Sommigen voelen zich vooral geraakt door de verschrikkingen uit de geschiedenis. Anderen meer door de doorwerking hiervan in het heden, zoals ongelijke behandeling. Verder is het stadspanel bevraagd hoe zij kijken naar een reactie van het college van burgemeester en wethouders op dit onderzoek, en hoe deze kennis een plek moet krijgen in de stad.

Reactie college van B&W op de onderzoeksconclusies

Op 26 februari 2026 reageerde burgemeester Bruls namens het college op de onderzoeksconclusies en gesprekken hierover in de stad tijdens een symposium met betrokkenen over het slavernijverleden.

Burgemeester en wethouders hebben zorgvuldig gewogen welke woorden en conclusies recht doen aan de geschiedenis en het heden. Een dilemma was of en in welke vorm excuses passend zijn. Het onderzoek gaf geen nieuwe feitelijke aanleiding om verantwoordelijkheid te nemen voor een directe, actieve en systematische rol van de stad Nijmegen in de slavernij in de kolonies, zoals in sommige andere steden meer het geval was. Nijmegen was geen stad die zelf slavernij organiseerde of uitvoerde als institutionele kernactiviteit van het stadsbestuur. Tegelijkertijd was het Nijmeegse stadsbestuur in die tijd wel degelijk bestuurlijk, politiek en economisch verweven met het koloniale systeem, waarin slavernij mogelijk werd gemaakt en in stand werd gehouden.

Nijmeegse bestuurders hadden door de algemene machtspositie van de stad in het landsbestuur bovengemiddelde invloed op koloniale besluitvorming. Zij droegen bij aan de legitimatie en het functioneren van dit systeem. Het onderzoek toont aan dat Nijmeegse bestuurders en hun familie soms ook persoonlijk profiteerden van slavernij. Ook laat het zien dat Nijmegen, als garnizoensstad en handelsstad aan de Waal, economisch profiteerde van het systeem.

Hoewel dit paste in de tijdgeest, gaat het volgens burgemeester en wethouders in de kern om het veroorzaken van menselijk leed. Burgemeester Bruls, namens het college:

“Wij erkennen dat Nijmegen en de Nijmeegse bestuurders in die tijd verweven waren met het koloniale en slavernijsysteem. Het gemeentebestuur maakte deel uit van het Nederlandse staatsgezag, dat slavernij mogelijk maakte en in stand hield. En droeg daarmee in onze ogen dus medeverantwoordelijkheid voor de gevolgen hiervan. Daarom vinden wij het passend dat het Nijmeegse gemeentebestuur zich expliciet aansluit bij de excuses van premier Rutte namens de Nederlandse regering in 2022 en van de koning in 2023.

Daarnaast achten wij het nodig om specifiek te kijken naar het eigen aandeel van het Nijmeegse stadsbestuur in het mogelijk maken en in stand houden van slavernij. Ons college voelt zich moreel medeverantwoordelijk voor het handelen van het toenmalige bestuur en van individuele bestuurders. 
Met pijn en afschuw kijken wij terug op deze periode. Wij erkennen de blijvende impact die de koloniale slavernij heeft gehad op individuen en generaties, en nog steeds heeft: op ongelijkheid en discriminatie in onze samenleving. Wij bieden iedereen die dit raakt hiervoor onze excuses aan.

Met deze excuses willen wij onze inzet bekrachtigen om de herinnering aan het slavernijverleden levend te houden én de dialoog over het slavernijgeschiedenis, respect en gelijkheid te blijven voeren in onze stad.”

Vervolg

Daar wordt de komende maanden verder vorm aan gegeven. Voor de zomer volgt nog een bijeenkomst hierover.

Aanleiding

In 2023 overhandigde werkgroep Koloniaal en slavernijverleden Nijmegen het manifest ‘Nijmegen, ken je koloniale en slavernijverleden’ aan burgemeester Bruls en wethouder Daemen, met de oproep het slavernijverleden te erkennen, te herkennen en te verkennen hoe dit een plek kan krijgen in de Nijmeegse samenleving.

*De gemeente vroeg in 2024 aan Coen van Galen en Joris van den Tol van de Radboud Universiteit onderzoek te doen naar de vraag: ‘In hoeverre hadden het stadsbestuur van Nijmegen, individuele stadsbestuurders en Nijmeegse organisaties onder gezag van het stadsbestuur betrokkenheid bij koloniale slavernij?’ Zij presenteerden de resultaten in maart 2025. Hieruit bleek dat koloniale slavernij direct en indirect verweven was met het bestuur en de economie van Nijmegen, en dat Nijmeegse bestuurders koloniale slavernij medemogelijk hebben gemaakt, in stand hebben gehouden en ervan hebben geprofiteerd. Meer informatie op de pagina Onderzoeken Nijmegen en slavernij.