Richtlijnen activiteitenplan cultuur

In het activiteitenplan beschrijft u de plannen van uw organisatie. In het plan gaat u in op de criteria uit de subsidieregeling. Besteed aandacht aan onderstaande onderwerpen.

Vormvereisten

  • Genummerde pagina’s
  • Format: A4
  • Uploaden als PDF-bestand
  • Lengte: het activiteitenplan mag maximaal 2.500 woorden bevatten exclusief bijlagen
  • Als bijlagen worden alleen toegestaan: begroting, jaarverslag, jaarrekening en balans

Visie en ambitie

  • Omschrijf de missie, visie en doel van uw organisatie
  • Omschrijf de ambities van uw organisatie

Culturele activiteiten

Welke activiteiten bent u van plan uit te voeren en hoe gaat u die bereiken? Besteed vanuit het eigen profiel aandacht aan onderstaande criteria. De commissie toetst uw plan aan deze criteria. U moet voldoende scoren op alle criteria om in aanmerking te komen voor de subsidie.

Culturele codes

U kent en werkt met de drie culturele codes: Code Diversiteit & Inclusie, Fair Practice Code en Governance Code Cultuur. U verklaart dat u de codes onderschrijft en u maakt inzichtelijk hoe de codes in de praktijk worden toegepast. 

Neem in uw activiteitenplan op: 

  • Uw organisatie onderschrijft de drie codes en u legt uit hoe de codes worden toepast in beleid, begroting en/of dagelijks handelen
  • U legt uit waar dit nog niet lukt, als dat het geval is
  • U geeft een toelichting op wat de ambities zijn op het gebied van de codes. 

Toetsing criteria

Bij de beoordeling scoren de aanvragen die een kwalitatief goede invulling aan de criteria geven het hoogst.

Besteed vanuit het eigen profiel aandacht aan onderstaande criteria. De commissie toetst uw plan aan deze criteria. U moet een voldoende scoren op alle criteria om in aanmerking te komen voor de subsidie.

Artistieke Kwaliteit

Kernbegrippen voor de beoordeling van kwaliteit zijn vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit. Bij dit criterium wordt beoordeeld:

  • Vakmanschap: vakmanschap heeft betrekking op de vaardigheden van de makers die bij de organisatie van het programma betrokken zijn. De commissie beoordeelt of de vaardigheid van de betrokkenen vertrouwen geeft in een goed artistiek, cultuureducatief of cultuurparticipatief resultaat.
  • Zeggingskracht: dit gaat over de impact van de activiteiten op het publiek of de beoogde deelnemers. Dat wil zeggen dat de activiteiten aansprekend zijn voor het publiek of deelnemers en dat zij worden geroerd, geprikkeld of aan het denken worden gezet. Gekeken wordt of er een overtuigende visie is op wat de aanvrager voor wie maakt of vertoont. De commissie beoordeelt bij dit subcriterium de relatie tussen de artistieke keuzes en het beoogde publiek voor wat betreft de te verwachten impact van het werk op publiek of deelnemers.
  • Oorspronkelijkheid: de oorspronkelijkheid van de activiteiten heeft betrekking op de herkenbare (artistieke) signatuur die onlosmakelijk is verbonden met de betreffende organisatie waardoor een bijzondere of zelfs unieke bijdrage aan de sector wordt geleverd. Er wordt ook gekeken of de artistieke signatuur wordt vertaald naar artistieke activiteiten. De commissie beoordeelt de intrinsieke artistieke voornemens en de uitwerking daarvan. Het uitgangspunt is de eigenheid (originaliteit of signatuur, het prikkelende, het aansprekende, etc.) van het artistieke idee of concept.

Uitvoerbaarheid

Bij dit criterium wordt beoordeeld:

  • Aanpak: het gaat erom dat het plan een heldere aanpak laat zien, inclusief een duidelijke doelstelling met daarbij passende activiteiten en een realistische planning. Gekeken wordt of organisatie, omvang van de activiteiten en werkwijze dusdanig bij beoogde activiteiten dat het aannemelijk is dat het plan kan worden gerealiseerd.
  • Kennis en ervaring uitvoerders: ook wordt beoordeeld of de betrokken uitvoerders beschikken over de benodigde kennis en ervaring om het projectplan te verwezenlijken.
  • Begroting: er wordt getoetst of de begroting voldoende inzichtelijk, redelijk en realistisch is. Het gaat hierbij onder meer over de aansluiting van de begroting op de voorgenomen activiteiten zoals beschreven in het projectplan en de vergoeding van betrokkenen die het project mogelijk maken. Bij de beoordeling houdt de commissie rekening met het ontwikkelstadium van de organisatie. Of iets al dan niet realistisch is kan gaan om zowel de aard als de omvang van de kosten en inkomsten. De commissie kan van mening zijn dat kosten of inkomsten te hoog, of juist te laag zijn ingeschat.
    Ook kijkt de commissie of er sprake is van een gezonde financieringsmix met bijdragen van verschillende financiers, zodat risico’s worden gespreid. Het plan biedt daarom zicht op de haalbaarheid van die inkomsten en kosten (bijvoorbeeld de inspanningen om de voorgenomen stijging van publieksinkomsten te realiseren of kosten terug te dringen).
  • Codes: in dit criterium worden ook de principes uit de Governance Code Cultuur en de Fair Practice Code betrokken.
  • Marketing en communicatie: verder wordt gekeken of er een passend marketing- en communicatieplan is dat bestaande en beoogde doelgroepen voor de verschillende typen activiteiten benoemt. Het marketing- en communicatieplan geeft een beeld van het realiteitsgehalte van het bereik onder deze doelgroepen. Het laat zien of er een gedifferentieerde aanpak is voor verschillende typen activiteiten of doelgroepen en of de organisatie gebruik maakt van passende communicatiekanalen. Ook de ervaring en expertise die de aanvrager in huis heeft of via samenwerking inzet om beoogde doelgroepen te bereiken, speelt een rol.’

Meerwaarde voor de stad

Bij dit criterium wordt beoordeeld:

  • Diversiteit aanbod: hier wordt getoetst of de activiteiten van toegevoegde waarde zijn op het bestaande aanbod in de stad. Er wordt gekeken of activiteiten bijdragen aan de diversiteit van het totale aanbod in de stad. Ook wordt gekeken hoe het plan zich verhoudt tot vergelijkbare initiatieven in (en eventueel buiten) Nijmegen.
  • Nieuw en/of meer divers publiek: er wordt bekeken in hoeverre de organisatie een nieuw en/of meer divers publiek bereikt en in hoeverre een aanvrager zich hier bewust van is.
  • Code Diversiteit & Inclusie: Hier komen de principes uit de Code Diversiteit & Inclusie aan de orde. Niet al het aanbod hoeft voor iedereen te zijn, maar wel wordt belang gehecht aan bewustzijn en aan de stappen die gemaakt worden ten aanzien van een divers programma, publiek, personeel en partners.
  • Maatschappelijke betekenis: de commissie beoordeelt de maatschappelijke betekenis. Dit kan gaan over de bijdrage van cultuur aan andere domeinen (zoals zorg, welzijn, duurzaamheid of economie) en welke rol de aanvrager daarin neemt. Het kan ook gaan over de betekenis zijn van de organisatie voor zijn directe omgeving. Dat kan zowel smal als breed, door bijvoorbeeld buurtinitiatieven, aansluiting bij bredere stadsthematiek, of door maatschappelijke projecten of samenwerkingen. Gekeken wordt naar de samenwerking die gezocht wordt binnen het eigen werkveld maar ook daarbuiten.
  • Bovenregionale en/of (inter)nationale uitstraling: in dit criterium wordt ook gekeken naar in hoeverre de organisatie een bovenregionale en/of (inter)nationale ambitie en uitstraling nastreeft. Dit blijkt onder andere uit financiering vanuit de BIS, landelijke fondsen en/of provincie.’