Richtlijnen meerjarenbeleidsplan

In het meerjarenbeleidsplan licht u uw organisatie en de inhoudelijke activiteiten toe voor de komende 2 of  4 jaar. Het plan bestaat uit maximaal 4000 woorden. 

LET OP: Doet u ook een aanvraag bij de BIS (Basis Infrastructuur van het Rijk) en/of landelijke fondsen? Dan kunt u een kopie van deze aanvraag overleggen in plaats van het meerjarenbeleidsplan. Aanvullend geeft u aan op welke manier u invulling geeft aan het gemeentelijke criterium: meerwaarde voor de stad (max. 1.000 woorden).

Wij lezen graag: 

  • Een beschrijving van de missie, visie en het profiel van u organisatie. Plus een korte reflectie op de afgelopen periode;
  • Een toelichting op de activiteiten in de komende 2 of 4 jaar . Wat wilt u realiseren, en hoe vaak? Welke artiesten/makers zijn hierbij betrokken? Waar en wanneer vinden deze activiteiten plaats? Wat is de artistieke visie? Wie zijn de (beoogde) samenwerkingspartners? Wat is de status van de samenwerking?  Advies is om gebruik te maken van een samenwerkingsovereenkomst. Voor een voorbeeld zie de website van Cultuur Academy: De samenwerkingsovereenkomst - Cultuur Academy;
  • Een toelichting op de doelgroepen. Wie wilt u bereiken met uw activiteiten, en waarom? Hoe ziet deze groep eruit, en hoe zorgt u ervoor dat u deze groep gaat bereiken? Wat is hierin de meerwaarde van uw organisatie, en hoe relevant zijn de plannen voor deze (Nijmeegse) doelgroep? Hierbij is ook de Code Diversiteit en Inclusie relevant;
  • Een toelichting op marketing en -communicatie. Hoe ziet uw strategie er uit om uw activiteiten zichtbaar te maken en de gewenste doelgroepen te bereiken?; 
  • Een toelichting op de bedrijfsvoering. U beschrijft hoe de bedrijfsvoering van uw instelling er uit ziet, u licht toe hoe u de komende periode op verantwoorde wijze functioneert en uw geplande activiteiten op financieel gezonde wijze uitvoert. Hierbij is zijn de drie culturele codes relevant. 

Beoordelingscriteria 

De commissie beoordeelt uw aanvraag op basis van de onderstaande criteria. Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet u aan alle criteria voldoen.

Artistieke kwaliteit

Kernbegrippen voor de beoordeling van kwaliteit zijn vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit. Bij dit criterium wordt beoordeeld:

  • Vakmanschap: vakmanschap heeft betrekking op de vaardigheden van de makers die bij de organisatie van het programma betrokken zijn. De commissie beoordeelt of de vaardigheid van de betrokkenen vertrouwen geeft in een goed artistiek, cultuureducatief of cultuurparticipatief resultaat.
  • Zeggingskracht: dit gaat over de impact van de activiteiten op het publiek of de beoogde deelnemers. Dat wil zeggen dat de activiteiten aansprekend zijn voor het publiek of deelnemers en dat zij worden geroerd, geprikkeld of aan het denken worden gezet. Gekeken wordt of er een overtuigende visie is op wat de aanvrager voor wie maakt of vertoont. De commissie beoordeelt bij dit subcriterium de relatie tussen de artistieke keuzes en het beoogde publiek voor wat betreft de te verwachten impact van het werk op publiek of deelnemers.
  • Oorspronkelijkheid: de oorspronkelijkheid van de activiteiten heeft betrekking op de herkenbare (artistieke) signatuur die onlosmakelijk is verbonden met de betreffende organisatie waardoor een bijzondere of zelfs unieke bijdrage aan de sector wordt geleverd. Er wordt ook gekeken of de artistieke signatuur wordt vertaald naar artistieke activiteiten. De commissie beoordeelt de intrinsieke artistieke voornemens en de uitwerking daarvan. Het uitgangspunt is de eigenheid (originaliteit of signatuur, het prikkelende, het aansprekende, etc.) van het artistieke idee of concept.

Uitvoerbaarheid

Bij dit criterium wordt beoordeeld:

  • Aanpak: het gaat erom dat het plan een heldere aanpak laat zien, inclusief een duidelijke doelstelling met daarbij passende activiteiten en een realistische planning. Gekeken wordt of organisatie, omvang van de activiteiten en werkwijze dusdanig bij beoogde activiteiten dat het aannemelijk is dat het plan kan worden gerealiseerd
  • Kennis en ervaring uitvoerders: ook wordt beoordeeld of de betrokken uitvoerders beschikken over de benodigde kennis en ervaring om het projectplan te verwezenlijken
  • Begroting: er wordt getoetst of de begroting voldoende inzichtelijk, redelijk en realistisch is. Het gaat hierbij onder meer over de aansluiting van de begroting op de voorgenomen activiteiten zoals beschreven in het projectplan en de vergoeding van betrokkenen die het project mogelijk maken. Bij de beoordeling houdt de commissie rekening met het ontwikkelstadium van de organisatie. Of iets al dan niet realistisch is kan gaan om zowel de aard als de omvang van de kosten en inkomsten. De commissie kan van mening zijn dat kosten of inkomsten te hoog, of juist te laag zijn ingeschat.
    Ook kijkt de commissie of er sprake is van een gezonde financieringsmix met bijdragen van verschillende financiers, zodat risico’s worden gespreid. Het plan biedt daarom zicht op de haalbaarheid van die inkomsten en kosten (bijvoorbeeld de inspanningen om de voorgenomen stijging van publieksinkomsten te realiseren of kosten terug te dringen)
  • Codes: in dit criterium worden ook de principes uit de Governance Code Cultuur en de Fair Practice Code betrokken.
  • Marketing en communicatie: verder wordt gekeken of er een passend marketing- en communicatieplan is dat bestaande en beoogde doelgroepen voor de verschillende typen activiteiten benoemt. Het marketing- en communicatieplan geeft een beeld van het realiteitsgehalte van het bereik onder deze doelgroepen. Het laat zien of er een gedifferentieerde aanpak is voor verschillende typen activiteiten of doelgroepen en of de organisatie gebruik maakt van passende communicatiekanalen. Ook de ervaring en expertise die de aanvrager in huis heeft of via samenwerking inzet om beoogde doelgroepen te bereiken, speelt een rol.’

Meerwaarde voor de stad

Bij dit criterium wordt beoordeeld:

  • Diversiteit aanbod: hier wordt getoetst of de activiteiten van toegevoegde waarde zijn op het bestaande aanbod in de stad. Er wordt gekeken of activiteiten bijdragen aan de diversiteit van het totale aanbod in de stad. Ook wordt gekeken hoe het plan zich verhoudt tot vergelijkbare initiatieven in (en eventueel buiten) Nijmegen.
  • Nieuw en/of meer divers publiek: er wordt bekeken in hoeverre de organisatie een nieuw en/of meer divers publiek bereikt en in hoeverre een aanvrager zich hier bewust van is.
  • Code Diversiteit & Inclusie: Hier komen de principes uit de Code Diversiteit & Inclusie aan de orde. Niet al het aanbod hoeft voor iedereen te zijn, maar wel wordt belang gehecht aan bewustzijn en aan de stappen die gemaakt worden ten aanzien van een divers programma, publiek, personeel en partners.
  • Maatschappelijke betekenis: de commissie beoordeelt de maatschappelijke betekenis. Dit kan gaan over de bijdrage van cultuur aan andere domeinen (zoals zorg, welzijn, duurzaamheid of economie) en welke rol de aanvrager daarin neemt. Het kan ook gaan over de betekenis zijn van de organisatie voor zijn directe omgeving. Dat kan zowel smal als breed, door bijvoorbeeld buurtinitiatieven, aansluiting bij bredere stadsthematiek, of door maatschappelijke projecten of samenwerkingen. Gekeken wordt naar de samenwerking die gezocht wordt binnen het eigen werkveld maar ook daarbuiten.
  • Bovenregionale en/of (inter)nationale uitstraling: in dit criterium wordt ook gekeken naar in hoeverre de organisatie een bovenregionale en/of (inter)nationale ambitie en uitstraling nastreeft. Dit blijkt onder andere uit financiering vanuit de BIS, landelijke fondsen en/of provincie.’

Omgang met de culturele codes

Om in aanmerking te komen voor subsidie moet uw organisatie aangeven dat ze de culturele codes toepast volgens het principe van ‘pas toe én leg uit’. Daarmee bedoelen we dat we niet alleen verwachten dat een aanvrager de codes onderschrijft en volgens de codes werkt, maar ook dat een aanvrager toelicht wat er goed gaat, wat er nog niet goed gaat en wat de ambities zijn ten aanzien van de codes. 

Het gaat om de codes: Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit en Inclusie.  De Fair Practice Code is te vinden via Fair Practice Code | Gedragscode voor de culturele en creatieve sector, de Governance Code Cultuur via Governance Code Cultuur - Cultuur+Ondernemen (cultuur-ondernemen.nl) en de Code Diversiteit en Inclusie via Code Inclusie & Diversiteit in cultuursector - Code Diversiteit & Inclusie.

Bij subsidies tussen € 5.000 - € 20.000 legt u uit hoe u de codes toepast in beleid, begroting en/of dagelijks handelen. U legt uit waar dit nog niet lukt, en geeft een toelichting op de ambities ten aanzien van de codes.

Bij subsidies vanaf € 20.000 legt u uit hoe u de codes toepast in beleid, begroting en/of dagelijks handelen. U legt uit waar dit nog niet lukt, en geeft een toelichting op de ambities ten aanzien van de codes. In de verantwoording van de subsidie vragen wij hierop een reflectie.

Wij verwachten dat u op de codes ingaat in uw meerjarenbeleidsplan, ambities ten aanzien van de codes maken dus onderdeel uit van uw plan. In deze periode rekenen we niet af op de codes. Wel zal de commissie kijken naar de toelichting op de codes en de ambities en hierover adviseren. Het gaat ons vooral om bewustzijn en inzicht in de eigen situatie, en om de stappen die een organisatie maakt. We kijken ook naar het type organisatie, bij een kleine organisatie met weinig financiële slagkracht zullen ambities op de codes er anders uitzien dan bij grotere instellingen.