Uw monument duurzamer maken

Bij gebouwen bepaalt vooral het energiegebruik de duurzaamheid. Hoe minder energie u gebruikt, hoe duurzamer het gebouw. Uit onderzoek blijkt dat monumenten goed energiezuinig te maken zijn. Daarbij houdt het gebouw zijn monumentale waarden. Er kan vaak meer dan u denkt!

Gebruik het stappenplan en de tips op deze pagina om uw monument duurzamer te maken. Of download de folder (pdf, 2.2 MB)

Inhoud

Stappenplan

Stap 1: de voorbereiding

  • Wat wilt u bereiken? Bepaal uw doel en budget
  • Zorg dat u een duidelijk overzicht heeft van het (energie)gebruik van uw gebouw
  • Heeft u ook onderhouds- of verbouwplannen? Bijvoorbeeld het verwijderen van asbest
  • Zijn er al eerder isolatiemaatregelen uitgevoerd?

Stap 2: het advies

  • Schakel een specialist in voor een advies voor duurzame maatregelen. Meld u aan voor persoonlijk advies bij Energieloket Nijmegen of zoek een specialist op monumenten.nl
  • Zorg dat u de monumentale waarde vastlegt van de onderdelen van uw gebouw die u wilt aanpakken
  • Neem de monumentale waarden als uitgangspunt voor de te nemen verduurzamingsmaatregelen.
  • Controleer of er ergens vochtproblemen zijn

Stap 3: het plan

  • Laat op basis van het advies een plan maken
  • Overleg met ons voor welke maatregelen u wel of geen vergunning nodig heeft. Vraag de vergunning aan als dat nodig is 
  • Zorg dat u het geld gereed hebt en vraag als dat kan subsidie aan

Stap 4: het werk

  • Kies een of meer bedrijven met kennis van en ervaring met monumenten
  • Werk het plan uit met een of meer gekozen bedrijven. Maak een schatting van de kosten
  • Als u een omgevingsvergunning aangevraagd heeft, wacht dan tot u deze heeft. Start daarna pas met het werk aan uw monument

Elektriciteit

Meet uw energiegebruik

Voor een paar tientjes heeft u een energiemeter. Daarmee ziet u bijvoorbeeld hoeveel energie uw vriezer of vijverpomp gebruikt. Zo weet u waar het energiegebruik het hoogst is.

Vervang oude apparaten

Laat uw energiemeter zien dat uw apparaten te veel stroom gebruiken? Vervang deze apparaten dan door nieuwe met energielabel A. Per jaar kunt u zo veel geld besparen.

Schakel apparaten uit

Zet apparaten écht uit wanneer u ze niet gebruikt. Apparaten die op stand-by staan gebruiken ook energie. U kunt hiervoor een stand-by-killer kopen.                

Warmte

Verlaag de temperatuur van uw verwarmingsketel

Zo bespaart u kosten. De ketel hoeft minder hard te werken en gebruikt dus minder energie. Dit kunt u zelf regelen. Om legionella te voorkomen moet de temperatuur wel minimaal 60 graden Celsius zijn.

Verwarm alleen de ruimtes die u het meest gebruikt

Vaak hoeft u niet uw hele gebouw te verwarmen. Zeker als u bijvoorbeeld de meest gebruikte leefruimte aan de zuidkant kiest. Houd binnendeuren zoveel mogelijk dicht om de warmte binnen te houden in de ruimtes waar u bent. Zorg er wel voor dat u onverwarmde ruimtes goed lucht. Zo krijgt u geen vochtproblemen. 

Gebruik folie op uw verwarming (radiator)

U bespaart hiermee per jaar tot 10 m3 gas per m2 folie. Het folie weerkaatst de warmte. U plaatst het folie achter de verwarming. Daardoor verdwijnt minder warmte via de muur achter de verwarming.

Plaats een ventilator op de verwarming

Zo’n ventilator blaast de warmte goed verdeeld de ruimte in, waardoor het sneller lekker warm is.

Installeer een thermostaatkraan

Dit helpt u de temperatuur in een ruimte goed in te stellen. Vaak kunt u de thermostaatkraan op afstand instellen. Let op: heeft u een kamerthermostaat in de ruimte? Dan kan dat een thermostaatkraan tegenwerken. U zou daardoor zelfs meer energie kunnen gaan gebruiken.

Laat uw cv waterzijdig inregelen

'Waterzijdig inregelen' betekent dat het cv-water gelijk verdeeld is over alle verwarmingen. Dat zorgt voor meer comfort en lagere energiekosten. Meestal doet een specialist dit werk. Zonder inregeling krijgt de verwarming die vlak bij de cv-ketel staat de meeste warmte. Die wordt dan het snelst warm.

Laat een pompregeling maken voor uw vloerverwarming

Een installateur kan hier een pompregeling plaatsen en de pomp vervangen door een energiezuinige. Een pompregeling zorgt ervoor dat de vloerverwarmingspomp alleen inschakelt wanneer hij moet verwarmen. U kunt ook gemakkelijk de pomp die u al heeft op een pompschakelaar aansluiten.

Isoleer uw leidingen

Verwarmingsleidingen verliezen vaak veel warmte. Door de leidingen te isoleren in onverwarmde ruimtes, zorgt u dat de leidingen geen warmte verliezen. Isoleer geen drinkwaterleidingen, zo geeft u legionella geen kans.

Tocht

Hang gordijnen voor uw ramen

Hang dikke gordijnen op of gebruik isolerende raamversiering. Dit houdt de warmte binnen als het koud is. En houdt de warmte juist buiten in de zomer.

Sluit de luiken

Heeft uw monument luiken? Sluit deze dan in de zomer om uw huis koel te houden. En sluit uw luiken in de winter om minder warmte te verliezen.

Plaats tochtstrips of tochtband

Ze zijn er in vele soorten en maten en u kunt ze (soms) ook in de sponning plakken. De sponning is de gleuf or ruimte waarin het glas zit. Voor ramen die niet vaak opengaan is het plakken in de sponning een ideale oplossing. U hoeft de ramen hier niet voor aan te passen. Let op: blijf daarna wel voldoende luchten.

Isoleer uw brievenbus

Via de brievenbus gaat veel warmte verloren. U kunt een brievenbus kopen met kierdichting in beide klep­pen of een geïsoleerde buitenklep.

Plaats een schoorsteenballon in uw rookkanaal

Dit voorkomt dat warmte verdwijnt via uw schoorsteen. Doe dit alleen in de kanalen die u niet gebruikt.

Water

Gebruik een energiebesparende douchekop

U bespaart hiermee warm water zonder dat u comfort inlevert.

Zet een doorstroombeveiliging op de kraan

Zo gebruikt u ongemerkt minder water. Uw water­leidingen hoeven dan minder te verwarmen over een langere afstand. Nieuwe kranen hebben meestal al een doorstroombegrenzer. Zo niet, dan kunt u deze voor minder dan € 10,- kopen bij een bouwmarkt. Een begrenzer is niet op elke kraan handig. Het vullen van een emmer of kookpan duurt dan langer. Plaats ook een close-in-boiler in uw keukenkastje. Die zorgt ervoor dat u meteen warm water heeft.

Koppel regenpijpen af van het riool

Loopt het regenwater van uw woning of erf nog weg via het riool? Koppel uw regenpijp dan af en laat het regenwater in de grond wegzakken. Dat is beter voor het grondwaterniveau en uw tuin. En u zorgt zo dat schoon water niet vervuilt en daarna gezuiverd moet worden.

Gebruik een regenton

Als u regenwater opslaat in een regenton of opslagvat kunt u dit gebruiken om uw tuin te besproeien. Zo bespaart u kostbaar kraanwater.

Wist u dat 80 tot 90% van uw energiegebruik gebruikt wordt voor de verwarming van uw huis? Hier kunt u flink op besparen, bijvoorbeeld door te isoleren. Isolatie is als een jas om uw monument: die jas houdt de warmte binnen in de winter en houdt de warmte buiten in de zomer. Zorg er wel voor dat u het materiaal goed aanbrengt. Want net als bij een dikke jas geldt: als u de rits open laat staan, krijgt u het toch koud.

Bij isoleren komt wel meer kijken dan alleen het plaatsen van wat isolatieplaten. Alle onderdelen van het duurzamer maken hebben met elkaar te maken. 

Bufferzones

U bespaart energie als u zorgt dat u in totaal minder ruimte(s) heeft om te verwarmen. Dit doet u door ‘buffer­zones’ te maken. Denk aan een serre: door de grote ramen verliest u veel warmte. Deuren met dichte kieren tussen de serre en het woonhuis zorgen dat u minder energie kwijtraakt. De serre is dan een buffer­zone. Zo zijn de serres ook ontworpen. Bij koud maar zonnig weer kan het in de serres trouwens erg aan­genaam zijn.

U kunt ook een bufferzone maken van zolders waar u spullen opslaat. Als u het dak isoleert, verwarmt u de zolder misschien onnodig mee met de rest van uw woning. Isoleert u de zoldervloer, dan gebeurt dat niet. Vloerisolatie is bij de zolder vaak eenvoudiger en goedkoper.

Kieren dicht maken

Via kieren verliest u een hoop warmte. Dit wordt vaak onderschat. Het effect van isolatieglas gaat zelfs ver­loren als u de kieren niet zo goed mogelijk dicht maakt. Het meeste resultaat haalt u bij ramen en deuren. Bij draairamen kunt u zelf tochtstrips plakken.

Bij schuiframen verschilt de oplossing per type schuifraam. Soms is het al genoeg om de ramen goed af te stellen. U kunt speciale borstelprofielen regelen voor schuiframen. De borstelprofielen klemmen zichzelf vast in een gefreesde groef. Wij adviseren u dit door een restauratiebedrijf te laten doen. Zijn aan de buitenkant de naden tussen kozijn en gevel groter dan 5 millimeter? Dicht ze dan af. Doe dit met een damp-open voeg van kalkspecie. Gebruik géén PUR of kit. Dat laat namelijk geen vocht door en vergroot daardoor de kans op houtrot.

Ventilatie

Als u kieren gaat dicht maken en isoleren, is er minder ventilatie in huis. Een gemiddeld gezin produceert 10 - 20 liter waterdamp per dag in een woning tijdens het koken, wassen, douchen, enzovoort. U moet dus het huis luchten om dit vocht kwijt te raken. Af en toe een raampje openzetten is absoluut niet genoeg. Door goed en regelmatig te luchten, zorgt u dat u geen problemen en (gezondheids)klachten krijgt door de hoge luchtvochtigheid . De luchtvochtigheid zorgt op koude plekken dat waterdamp verandert in druppels. Het gevolg? Schimmels en houtrot. Dit zijn de meest schadelijke onverwachte effecten van isoleren. Houd daarom altijd rekening met de ventilatiemogelijkheden.

Natuurlijke en mechanische ventilatie

Bij natuurlijke ventilatie komt lucht binnen en gaat weg via kieren, sleufjes en het openzetten van een raam.

Bij mechanische ventilatie zorgt een ventilatiebox voor in- en uitgaande lucht. Hierdoor kunt u de ventilatie instellen. U kunt deze installatie ook laten regelen met Warmteterugwinning (WTW). Dan verwarmt de warmte van de uitgaande lucht de ingaande lucht. Kiest u voor Warmteterugwinning? Dan zorgt dat wel voor meer leidingen door uw monument.

Warmteverlies

Wanneer een gebouw niet of slecht geïsoleerd is, gaat er veel warmte verloren. Onderstaande tabel laat verschillen in warmteverlies zien voor verschillende onderdelen van een gebouw.

Onderdeel gebouwWarmteverlies (%)
Dak30%
Ramen en deuren30%
Muren25%
Vloer begane grond10%
Kieren, schoorsteen, ventilatie5%

Schade voorkomen

Ook binnen een onderdeel van het gebouw kan waterdamp neerslaan als druppels. Helaas ontdekt u dat vaak pas als er al veel schade is (bijvoorbeeld houtrot en zwamvorming). Kies daarom voor vakmensen met ervaring in opknappen van oude gebouwen. En kies ook voor de juiste materialen om schade te vermijden tijdens of na het werk. Verderop leest u daar meer over.

Isoleren zonder vochtproblemen

Er zijn 2 methodes van isoleren waarmee u zorgt dat u geen vochtproblemen krijgt in de constructie door het neerslaan van waterdamp. Bij dampdicht isoleren plaatst u een luchtdichte en dampdichte folie aan de binnenkant tegen het isolatiemateriaal voordat u het afwerkt. Zo regelt u dat er geen waterdamp in de constructie komt.

Capillair actief isolatiemateriaal neemt vocht op. In een drogere omgeving geeft het materiaal juist weer vocht aan de lucht af. Voorbeelden hiervan zijn houtvezel, vlas en hennep. Hierbij plaatst u een luchtdichte en vochtregulerende folie aan de warme kant tegen het isolatiemateriaal voordat u het afwerkt.

Welke methode u ook kiest, zorg ervoor dat alles op de juiste manier altijd lucht­dicht wordt geplaatst. Een specialist kan u hierover adviseren.

Met dakisolatie bespaart u de meeste energie. U kunt zowel de buitenkant als de binnenkant isoleren. Isolatie aan de buitenkant noemen we een ‘warm dak’: de dakconstructie zit dan aan de warme kant van de isolatie. Bij dakisolatie aan de binnenkant spreken we van een ‘koud dak’: de dakconstructie zit dan aan de buitenkant van de isolatie. Welke isolatie het meest geschikt is, verschilt per monument. Een specialist kan u adviseren over de beste oplossing.

Isoleren aan de buitenkant

Er is een groot voordeel aan isoleren aan de buitenkant. U kunt de isolatie dan vaak in 1 stuk aanbrengen zonder te hoeven stoppen door bijvoorbeeld (hanen)balken, sporen (spanten) of gordingen.  Op de sporen komen houten planken met isolatie. Dit isoleert beter en verkleint het risico op schimmels en houtrot door waterdamp die neerslaat in druppels. Ook blijven aan de binnenkant de (moge­lijk historische) constructies bewaard en zichtbaar.

Bij sommige manieren van isolatie moet u aan de binnenkant een dampdichte of dampregulerende folie vastmaken. De folie zorgt dat u geen waterdruppeltjes (door waterdamp) en luchtstromen krijgt. Aan de buitenkant zorgt een damp-open folie ervoor dat u geen schade krijgt door bijvoorbeeld een lekke dakpan of jachtsneeuw.

Soms kunt u prefab-dakplaten gebruiken. Let erop dat de originele glooiingen in het dak aanwezig en zichtbaar blijven. Dat is verplicht bij een monument. Het dak wordt wel dikker. Dit vangt u op met goede detaillering bij goten en aansluitingen.

Isoleren aan de binnenkant

Bij een sporenkap kunt u de isolatie tussen de sporen (spanten) plaatsen. Ook kunt u de ruimte tussen de gordingen opvullen met isolatiemateriaal.  Plaats over het isolatiemateriaal een dampdichte of dampregulerende folie. Zo krijgt u geen vochtproblemen. Welke folie hangt af het type isolatiemateriaal. Daarna plaatst u de afwerklaag (bijvoorbeeld houten delen of gipsplaten). De kap moet wel ‘beschoten’ zijn. Dit is een laag planken of plaatmateriaal onder de dak­pannen. Gebruikt u de kapruimte alleen als opslag? Bedenk dan of u alleen de zoldervloer isoleert. Dit kost minder isolatiemateriaal en werkuren en het verlaagt uw energierekening omdat er minder verwarmd hoeft te worden.

Isolatie van een plat dak

In Nijmegen hebben veel huizen platte daken in de 19e eeuwse wijken om het centrum en Wederopbouw­panden. Door deze daken verdwijnt niet alleen veel warmte, in de zomer komt er ook veel warmte binnen via dit dak. Het isoleren van deze daken zorgt dat het huis in de zomer minder warm wordt.

Een plat dak kunt u vaak goed isoleren aan de buiten­kant van de constructie. Langs de randen op het platte dak kunt u dunnere isolatie gebruiken. U hoeft de daklijsten en boeien dan (bijna) niet te ver­hogen. U kunt dit goed samen doen met het vervangen van het materiaal dat uw dak bedekt.

Het isoleren van een plat dak aan de binnenkant is niet zonder risico. Als in de constructie waterdamp neerslaat als druppels, kunnen schimmels en houtrot ontstaan. Daarom is een extra stap verstandig na het isoleren. U plaatst dan zorgvuldig dampdichte of dampregulerende folie en plakt deze af met luchtdichte tape. Dit is vooral belangrijk als er kabels of leidingen door de isolatie moeten (doorvoeringen).

Sedumdak/ groen dak

Groene daken (daken voorzien van een laag plantjes) houden de warmte van buiten goed tegen. Het dak wordt dan wel zwaarder. Laat uw dakconstructie  dus vooraf goed controleren of deze geschikt is voor een sedumdak.

Meer opties

Er is ook wit reflecterend materiaal om uw dak te bedekken dat veel warmte tegenhoudt. U legt dit materiaal op het platte dak. Er verandert dan wel veel aan de uitstraling van het dak, dit kan dus niet in elke situatie.

Let bij het isoleren van een dak ook op het dichtmaken van kieren en naden. En plekken waar leidingen/kabels door het dak moeten (dakdoorvoeren). Zorg dat de isolatie goed aansluit en dat dampdichte folie luchtdicht aansluit. Zorg dat de folie ook afgeplakt is op doorvoeren en bij aansluitingen. Zo krijgt u geen lekken in de isolatie of vochtproblemen door waterdamp die afzet als druppels.

Het dichtmaken van deze naden en kieren is alleen nodig als de zolder verwarmd wordt en geïso­leerd is. Heeft u een geïsoleerde zoldervloer en gebruikt u de zolder als bufferzone? Dan is goede ventilatie nodig. De kieren helpen hier dan aan mee.

Een niet-geïsoleerde vloer verliest veel warmte, zeker als u vloerverwarming heeft. Ook heeft u er niet veel gemak van (denk aan koude voeten). Door te isoleren raakt u minder energie kwijt en maakt u het comfortabeler. Hoe u het beste isoleert hangt van de vloer af. Zit er bijvoorbeeld een kruipruimte of kelder onder de vloer? Of heeft de vloer een monumentale waarde?

Vloer met kruipruimte

Meestal isoleert u een vloer met kruipruimte aan de onderkant van de vloer. De kruipruimte moet dan wel tenminste 50 centimeter hoog zijn. U isoleert de kruipruimte met reflecterende luchtkussens of door het plaatsen van harde isolatieplaten tussen de balken. Kies nooit voor het spuiten met PUR-schuim of PIR-achtig materiaal. Dit materiaal kunt u (bijna) niet meer verwijderen. Het kan ook slecht zijn voor uw constructie.

Vloeren op zand

Betonvloeren zonder historische waarden kunt u vervangen door een nieuwe geïsoleerde vloer
(mogelijk met vloerverwarming). Verwijder vloeren altijd voorzichtig en zorg dat u geen oudere vloerlagen met historische waarde weggooit.

Heeft u hoogwaardige of oude tegels/plavuizen? Dan kunt u de vloer onder bepaalde voorwaarden ver­vangen door een geïsoleerde vloer. U moet de monumentale afwerking zonder schade losmaken en terug plaatsen. Het terug plaatsen doet u in de kalk­mortel. Zo kunt u de monumentale afwerking bij nieuwe ontwikkelingen of lekkages nog een keer gebruiken en behouden.

Kelders

Kelders zijn vaak gebouwd voor opslag. Deze kelders zijn vanzelf koeler omdat ze onder de grond zijn gebouwd. Hierdoor kan er grond- en regenwater door de muren komen met als gevolg: vochtproblemen. Daarnaast kan door de koudere muren samen met vochtige warme lucht ook vocht neerslaan als druppels op de muren. Dit gebeurt vooral als het na een koude periode in een korte tijd erg warm wordt. Als u geen vochtoverlast wilt hebben is het belangrijk om regenwater weg te leiden van de gevel. En om de binnenkant goed door te luchten. Omdat oude kelders van de buitenkant niet waterdicht zijn te maken, zult u altijd iets van vochtoverlast houden.

Gebruik nooit een vochtafsluitende verf of impregneer aan de binnenkant van de kelder. Hierdoor kan het vocht opsluiten in de muur. Dit drukt het pleisterwerk of de verflaag van de muur. Het isoleren van kelders is daarom vaak niet ver­standig. Wilt u toch isoleren omdat u uw kelder gebruikt als woon- of slaapruimte? Laat u dan goed adviseren over de beste manier van isoleren en zorg altijd voor goede ventilatie. 

Bodemisolatie met schelpen

Als u schelpen neerlegt op de bodem van de kruipruimte is dat goed voor de hoeveelheid vocht: de onderste laag zet vocht om in druppels, terwijl de bovenste laag isoleert. Hoe dik de schelpenlaag is bepaalt hoe goed de laag kan isoleren. Schelpen verminderen de kans op ongedierte in uw kruipruimte. In plaats van schelpen kunt u uw kruipruimte ook vullen met piepschuimkorrels (EPS). U kunt ook zakken vullen met deze korrels, dat geeft minder rommel. De korrels isoleren goed maar nemen geen vocht op.

Een monumentaal gebouw verliest vaak veel warmte door grote ramen met enkelglas of glas-in-loodramen. Standaard isolatieglas regelen bij monumenten is vaak niet de beste oplossing. Het glas is meestal dikker waardoor u de detaillering van uw raam moet laten aanpassen. En dat betekent dat uw monument er anders uit komt te zien.

Dubbele monumentenbeglazing

Voor monumenten is dubbele beglazing ontwikkeld met een dikte van 8 tot 11 mm. Ook al is het glas niet dik, het isoleert toch goed. U kunt dit glas gebruiken als de extra dikte past binnen de profilering van uw kozijn.

Er is ook extreem goed isolerend glas, dat heet vacuümglas. Dit glas is 6 mm dik en isoleert net zo goed als driedubbelglas. Het is wel iets duurder maar meestal hoeft u hiervoor uw ramen maar een beetje aan te passen. Dat scheelt ook kosten.

Waar u op moet letten bij het veranderen van uw glas is dat het raam zelf ook zwaarder wordt. Bij vaste ramen is dit niet zo’n probleem. Maar bij schuiframen zult u het contragewicht of de contraveren moeten aanpassen, anders zal het raam weer dichtvallen.

Enkel isolerend glas

Een andere mogelijkheid is enkel isolerend glas. Dit bestaat uit 2 lagen glas, met daartussen een isolerende folie met coating. Dit dunne glas past meestal in de sponning van historische ramen. Nadelen zijn dat het enkel glas niet zo goed isoleert en dat er nog steeds druppels kunnen ontstaan door neerslaande waterdamp.

Achterzetbeglazing

Heeft u monumentaal glas in uw ramen, bijvoorbeeld oud getrokken glas of glas-in-lood? Dan is achterzetbeglazing aan de binnenkant een goede mogelijkheid. Daarmee lost u ook mogelijke tocht op door naden en kieren langs de ramen. Tip: breng de achterzetbeglazing scharnierend aan zodat u het glas ook aan de binnenkant kunt schoonmaken.

Folie

Met energiebesparende folie op het glas verliest u minder warmte. De uitstraling van deze glasfolie is bij sommige soorten niet altijd even mooi. Probeer daarom eerst een klein stukje uit. En bekijk dan of het effect te doen is. 

U-waarde: warmteverlies door glas

In deze tabel vindt u de U-waarde van verschillende maatregelen voor uw ramen. De U-waarde geeft aan hoeveel warmte er door de maatregel verdwijnt. Hoe lager de waarde is hoe beter. U verliest dan minder warmte.

Soort maatregelU-waarde
Enkel glas5,3 - 6,0
Enkelbladig isolatieglas3,6 / 3,8
Enkel glas met zware gordijnen3,3
Enkel glas met achterzet beglazing2,0
Enkel glas met luiken2,0
Achterzet beglazing met luiken1,4
Dun isolatieglas met spouw1,0 / 1,5
Regulier hr++ glas1,0/ 1,2
Vacuümglas0,7
Triple glas0,4 / 0,9

Uw muren isoleren kan ook erg goed werken. Dit doet u aan de binnenkant of in de spouw. Heeft uw monument monumentaal tegelwerk, hoogwaardige afwerkingen of schilderingen? Dan kunt u die plekken moeilijk of niet isoleren.

Dit zijn de risico’s als u muren verkeerd isoleert:

  • Waterdamp die in de muur neerslaat als druppels (waardoor bijvoorbeeld balkkoppen rotten in de muur)
  • Niet genoeg ventilatie

Let op: bij een monument kunt u een muur nooit aan de buitenkant isoleren. U kunt buitenmuren wel op verschillende manieren aan de binnenkant isoleren. Bijvoorbeeld zo:

  • Maak een constructie met regelwerk aan de binnen­kant en plaats isolatiemateriaal (bijvoorbeeld minerale wol) tussen de regels
  • Plaats dampdichte folie op de binnenkant van het isolatiemateriaal

Of zo:

  • Plaats een vormvaste isolatieplaat (bijvoorbeeld van houtvezel) direct op de muur. Plaats daarna mogelijk een dampregulerende folie en daarna stucwerk of gips- of gipsvezelplaat
  • Zorg ervoor dat de platen en de muur perfect op elkaar aansluiten. Zo krijgt u geen warmtelekken
  • U kunt ook gasbeton met een goede isolatie gebruiken
  • Bij houten topgevels kunt u de isolatie ook tussen de houten staanders plaatsen. Denk hierbij ook aan mogelijke folies

Spouwmuur isoleren

Heeft uw monument spouwmuren? Dan kunt u deze soms verder isoleren, al levert dit niet veel warmtewinst op. Houd bij deze manier van isoleren rekening met deze voorwaarden:

  • Het metsel- en voegwerk moet in goede staat zijn
  •  Inspecteer de spouw met een endoscoop. De spouw moet schoon zijn en minimaal 6 cm breed zijn
  • Meet de hoeveelheid vocht van de steen en de voeg. Let goed op optrekkend vocht van bijvoorbeeld een terras waar niet genoeg water weg kan stromen
  • De buitenkant mag niet geschilderd zijn of gebouwd van geglazuurde of verblende stenen. Wij raden isolatie van deze muren dan sterk af. Een voorzetwand aan de binnenkant heeft veel meer effect

Laat vooraf de spouw, de spouwankers en het metsel­werk door een onafhankelijk bedrijf controleren op geschiktheid. Niet alle manieren van isoleren zijn geschikt voor elke situatie. Laat u altijd adviseren over de mogelijkheden, risico’s en grenzen van uw monument.

De meeste verwarmingssystemen werken nog op aardgas. We raden u aan om nú al mogelijkheden te onderzoeken zoals elektrisch verwarmen of het aansluiten op een gezamenlijke duurzame warmtevoorziening. Op deze manier bent u goed voorbereid als er voor u een natuurlijk/handig moment komt voor vervanging. Een duurzame installatie geeft meestal water met een lagere temperatuur dan bij gas. U heeft dan wand- of vloerverwarming nodig en meer isolatie. 

Warmtepomp

Een warmtepomp verwarmt het beste met een lage verwarmingstemperatuur (35-40 graden). Om uw huis toch prettig te verwarmen, heeft u meer oppervlakte nodig om te verwarmen. Vloer- en/of wandverwarming is daar heel geschikt voor. Dit kan gevol­gen hebben voor monumentale vloeren of wandbetim­meringen.

Een goed geïnstalleerde warmtepomp heeft een opbrengst (rendement) tot 500%. Dit betekent dat voor elke kWh energie die de pomp gebruikt, u 5 kWh aan warmte krijgt. In vergelijking: een HR107 ketel geeft een opbrengst van ongeveer 95%. Warmtepompen werken op elektra (full electric) of op gas en elektra (hybride). Ze halen energie uit de bodem, water of lucht en gebruiken deze voor de verwarming van uw gebouw en voor het kraanwater. De werking van de pomp kunt u vergelijken met een koelkast: hij haalt warmte uit de lucht van de kast en geeft deze aan de achterkant af aan de omgeving. Meer uitleg over de werking van (hybride)warmtepomp vindt u op ons online Energie Loket Nijmegen.

Lage temperatuur verwarming

In het beste geval heeft uw warmtepomp een lage temperatuur afgiftesysteem zoals vloer- of wandverwarming. Voorwaarde is wel dat uw monument een redelijk tot goede isolatiewaarde heeft. Anders heeft u niet genoeg opbrengst. Misschien kunt u uw oude verwarmingen blijven gebruiken naast vloer- of wandverwarming. Op deze manier heeft u op de koude dagen de mogelijkheid om meer oppervlak te verwarmen. Is vloer- of wandverwarming niet mogelijk? Dan is een lage temperatuur verwarming een andere mogelijkheid. Dit systeem maakt het wel iets minder comfortabel in huis dan andere systemen. 

Buitenunit

Een lucht-waterwarmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht via een buitenunit met warmtewisselaar en ventilator. Een nadeel hierbij is dat deze installatie geluid maakt. Er zijn speciale isolatiekasten die het geluid verminderen maar helemaal geluidloos kan niet. In sommige beschermde gebieden mag u een buitenunit niet aan de voorkant plaatsen. Vanwege de monumentale waarden is een buitenunit niet bij alle monumenten mogelijk.

Een andere mogelijkheid zonder buitenunit is de water-waterwarmtepomp. Deze haalt de warmte uit een bodembron of uit de buitenlucht zonder een buitenunit met ventilator. Een voorbeeld hiervan is een PVT-systeem. Zonnepanelen werken dan samen met een warmtewisselaar die warmte uit de lucht haalt. U kunt ook warmtepompen kopen zonder buitenunit, maar hiervoor moet u wel 2 ventilatieopeningen naar buiten plaatsen. 

Hybride warmtepomp

Hybride warmtepompen zijn warmtepompen die ondersteund worden met bijvoorbeeld een cv-ketel op aardgas. U kunt hiermee veel aardgas besparen omdat de warmte­pomp 70 - 80% van de tijd de warmte levert. Alleen als het echt koud is, neemt de cv-ketel het over. Hierdoor is een warmtepomp met een hoog vermogen niet nodig en vloer- of wand­verwarming vaak ook niet. En kunt u toch op genoeg warmte rekenen. Ondertussen bespaart u op aardgas zonder dat u direct veel in uw huis moet aanpassen zoals bij de compleet elektrische warmtepomp.

U kunt ook een hybride warmtepomp kopen en intussen uw huis beter isoleren en/of vloerverwarming regelen. Dan kunt u daarna overstappen op een compleet elektrische warmtepomp zonder aardgas.

Met een hybride warmtepomp gebruikt u nog steeds aardgas en komt CO2 vrij. Maar er komt wel veel minder CO2 vrij doordat de warmtepomp de meeste tijd voor ver­warming zorgt. 

Infraroodverwarming

Wilt u het op een plek binnen een ruimte wat warmer hebben zonder dat u de hele ruimte verwarmt? Of heeft u ruimten die u korte tijd per dag gebruikt? Dan is bijverwarming met infraroodmatten of -panelen perfect. Infrarood reageert erg snel en kan een deel van de ruimte een extra comfortboost geven. De opbrengst van infrarood is lager en daarom niet geschikt als basisverwarming. Maar het kan u een goede besparing geven door de snelle reactietijd en het kleine te verwarmen oppervlak.

Warmtepompboiler

Voor het verwarmen van kraanwater kunt u de elek­trische warmtepomp gebruiken die u ook voor de ruimteverwarming heeft. Maar u kunt voor het kraanwater ook een aparte warmtepompboiler gebruiken. Deze haalt warmte uit de lucht en verwarmt daar water mee. Dit water wordt opgeslagen in een buffervat en elek­trisch verwarmd tot de gewenste temperatuur. Andere manieren om warm kraanwater te maken zijn elektrische doorstromers en een zonneboiler.

Natuurlijke en duurzame energiebronnen worden steeds belangrijker. Zon en wind in Nederland kunnen tientallen keren meer energie leveren dan we jaarlijks gebruiken. We gebruiken daar alleen nog maar een heel klein deeltje van. Op dit moment wekken we vooral zonne-energie op. Zonne-energie levert elektriciteit of warmte. Door zonne-energie te gebruiken, betaalt u minder voor uw energie. 

PV zonnepanelen

In Nederland liggen deze zonnepanelen inmiddels op veel daken van huizen, bedrijven of in weilanden. Met deze pv-zonnepanelen kunt u elektriciteit opwekken. Een paneel van 350 Wp levert u jaarlijks ongeveer 300 kilowattuur. Er is veel aanbod van zonnepanelen met een vermogen van 350 tot 400 Wp. Maar er zijn ook al panelen met meer vermogen.

De 2 typen zonnepanelen die het meest gebruikt worden, zijn de polykristallijn en de monokristallijn. De poly-panelen herkent u aan de blauwige uitstraling en het aluminiumkleurige frame. Deze panelen zijn gewenst op of bij monumenten of in een beschermd stadsgezicht. De mono-panelen (meest standaard) zijn compleet zwart, met een zwart aluminium frame. Mono-panelen kosten meer en leveren (iets) meer elektriciteit. U kunt ook voor een andere kleur kiezen zoals terracotta. Dat past beter bij rode dakpannen.

Zonnecollectoren

Voor het opwekken van warmte heeft u zonnecollectoren nodig. Hiermee bespaart u op uw gasrekening als u gasgestookte warmte-opwekkers heeft. U kunt ook energie besparen door een zonnecollector samen te gebruiken met een boiler. Dit systeem ‘maakt’ warm water (dat geschikt is voor douchen en kraanwater). U kunt ook uw cv-installatie op dit systeem laten aansluiten. U kunt panelen en collectoren zowel op platte als op schuine daken plaatsen. Voor het plaatsen van een zonnecollector gelden vaak dezelfde regels als voor het plaatsen van pv-panelen. Er bestaan onzichtbare systemen die onder de dak­pannen worden geplaatst. De dakpannen geven de warmte van de zon dan door aan de installatie.

PVT-warmtepomp panelen

Een PVT-paneel wekt zowel elektriciteit als warmte op. Een PVT-paneel bestaat uit een PV-paneel (zonne­paneel). Achter deze plaat lopen buizen waar een koudemiddel doorheen stroomt. Een koudemiddel is een stof die gebruikt wordt om warmte door te geven. En zit bijvoorbeeld ook in een koelkast. In een PVT-paneel nemen de buizen met koudemiddel de warmte op uit de omgeving. Daarnaast warmt het zonnepaneel op onder invloed van zon- en daglicht. Deze warmte wordt ook opgevangen door de buizen met koudemiddel. Door het opvangen van de warmte koelt het zonnepaneel af. Hierdoor wekt een PVT-paneel meer duurzame energie op dan een standaard zonnepaneel. Een PVT-installatie heeft geen buitenunit die geluid geeft en er is geen bodembron nodig. 

Is uw dak geschikt?

Het dakdeel waarop u zonnepanelen wilt plaatsen moet natuurlijk genoeg naar de zon toe staan en niet te veel schaduw krijgen. Daarnaast gelden in de gemeente Nijmegen de volgende voorwaarden voor het plaatsen van zonnepanelen op monumenten:

  • U mag geen zonnepanelen en -collectoren plaatsen aan de voorkant van het beschermde gebouw. En vanaf de zij- en achterkant mogen de panelen of collectoren niet storend aanwezig zijn
  • U installeert de panelen als een opdak-systeem
  • Indak-systemen bij monumentale daken mogen niet als de originele dakbedekking wordt verwijderd
  • De panelen worden als compleet zwart/antraciet uitgevoerd. Of de panelen hebben de kleur van de dakbedekking eronder
  • Op platte daken ordent u de panelen op een regelmatige manier. Op hellende daken plaatst u de panelen als een rechthoek of vierkant. U mag niet 'puzzelen' met zonnepanelen rond dakramen en dakdoorvoeren

Voor monumenten gelden extra regels voor hoe goed de panelen te zien zijn. Voor het plaatsen van zonnepanelen op monumenten heeft u altijd een omgevingsvergunning nodig. Op gebouwen zonder monumentale status in het rijksbeschermde stadsgezicht kunt u zonnepanelen en -collectoren zonder vergunning op dakvlakken installeren. Voorwaarde is dan wel dat de panelen niet goed of storend te zien zijn vanaf de openbare weg. Aan de voorkant heeft u in rijksbeschermde stadsgezichten altijd een vergunning nodig voor zonnepanelen. Zonnepanelen en -collectoren mogen niet op de historische gebouwen in het rijksbeschermde stadsgezicht 'Benedenstad'. De panelen of - collectoren mogen ook niet op daken met leien, riet, zink of een zeldzame dakbedekking. Voor het plaatsen van PVT-panelen gelden dezelfde regels als voor zonnepanelen.

In het buitengebied kunt u vaak zonnepanelen plaatsen op niet-monumentale bijgebouwen of in een grondopstelling. In de stad zijn hier soms ook mogelijkheden voor. We werken aan aanpassing van de regels voor verduurzaming en duurzame opwekking. Bent u van plan om energie op te wekken op uw monument, hou dan de meest actuele regel­s in de gaten op nijmegen.nl/monumenten. En informeer op tijd bij uw gemeente of het plaatsen van zonnepanelen op uw gebouw haalbaar is. 

Niet elk monument is geschikt voor het opwekken van zonne-energie. Om toch duurzame energie op te wek­ken kunt u meedoen aan de vele lokale initiatieven voor gezamenlijke zonneparken en windmolens. Vaak worden hierbij veel panelen gelegd op een niet-waardevol gebouw zoals een fabriek. Die panelen liggen goed richting de zon. Deze plaatsing en aanschaf samen met andere mensen is in verhouding voordeliger.

Wat kunt u als eigenaar doen om zo weinig mogelijk te betalen voor het duurzamer maken van uw monument? Natuurlijk zijn er financiële regelingen van de overheid die u voordeel op kunnen leveren. Maar er is meer mogelijk.

Buurtcollectief

Als bewoners samenwerken leidt dat vaak tot betere plannen tegen lagere kosten. Bij gezamenlijke inkoop zijn er op wijkniveau gesprekken waarin bewoners hun problemen en wensen bespreken. Doordat bebouwing vaak uit dezelfde tijd komt, hebben mensen vaak hetzelfde soort vragen over het duurzamer maken van hun huizen. Voor een aanpak van woningeigenaren samen heeft de gemeente een subsidie. Als u elkaar helpt, hoeft u niet alles zelf uit te zoeken. Zo weet de een iets over simpele maatregelen als kieren dichtmaken terwijl de ander misschien kennis heeft over bijvoorbeeld een warmtepompinstallatie. De belangrijkste opbrengst van de samenwerken in de wijk is dat er zich een samenwerkende, goed geïnformeerde groep bewoners komt. Deze groep gaat de uitdaging aan om de huizen duurzamer te maken en deelt kennis en ervaring met elkaar. Laat u bij buurtgroepen bijstaan door een professional. Zo komen eerder onderwerpen aan bod die u individueel niet oplost, zoals hittestress en waterproblemen. Uiteindelijk leiden de bewonersgesprekken tot plannen op maat voor iedere eigenaar. Samen zet u alle persoonlijke wensen op een lijst van u samen. Daarna benadert u mogelijke bedrijven met de groepswensen. Die kunnen zo een scherp aanbod doen. Als eigenaar of bewoner blijft u altijd regisseur van uw eigen plannen voor duurzaamheid.

Monumentenstatus

Bij inkoop als groep wordt meestal geen rekening gehouden met de monumentenstatus. Dit moet u zelf aangeven bij de inkoper. Onderzoek welke extra regels er zijn in uw situatie. Vergunningsvoorwaarden kunnen anders zijn dan dat wat bij de gezamenlijke inkoop nodig is. 

Inkoop met een groep

De gemeente organiseert regelmatig informatiebijeenkomsten over energie besparen. Vaak hoort hier een groepsinkoopactie bij waarbij aanbieders zijn geselecteerd met een goed evenwicht van prijs en kwaliteit. Meestal krijgen woningeigenaren hiervoor een uitnodiging per brief. Voor actuele informatie en het terugkijken van informatiebijeenkomsten kunt u kijken op Energie Loket Nijmegen.

Energiecoöperatie WPN

Energiecoöperatie WPN wil bijdragen aan de lokale overstap van fossiele naar duurzame energie. Kernwoorden daarbij zijn samen en duurzaam. Nu Windpark Nijmegen-Betuwe er is wil de coöperatie haar activiteiten ver­breden. Energiecoöperatie WPN regelt duurzame energieprojecten op stads- en regioniveau. Ook wil de coöperatie projecten op wijk- en buurtniveau aanmoedigen door actieve Nijmegenaren in de stad te onde­rsteunen bij hun lokale energie-ideeën en -projecten. Verder blijft de coöperatie doorgaan met haar leerzame activiteiten. Om de koers verder vorm te geven zijn er werkgroepen waar de leden samen een toekomst­plan maken. De coöperatie werkt aan verschillende pro­jecten zoals “zonnepark de Grift” en “windpark Nijmegen-Betuwe”. Meer informatie over de coöperatie en over deelname vindt u op energiecooperatiewpn.nl.

Vergunning

Voor verbouwingen aan een monument heeft u vaak een vergunning nodig. Dit geldt ook voor veel energiebesparende maatregelen. Bij rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten is ook een vergunning nodig voor bepaalde energiebesparende maatregelen in het gebouw. Zoals het isoleren van het dak of de gevels aan de binnenkant. Bij stadsbeeldobjecten en beeldbepalende panden is alleen een vergunning nodig voor maatregelen aan de buitengevels en de voorkant van daken die beschermd zijn. Wilt uw weten wat er precies beschermd is bij uw pand, neem contact op met de gemeente Nijmegen via erfgoed@nijmegen.nl of bel naar 14 024.

Via het Online omgevings­loket kunt u zo’n vergunning aanvragen. De Commissie Beeldkwaliteit beoordeelt wat de invloed van uw plan is op de karakteristieke eigenschappen van het monument. De gemeente neemt een besluit. De gemeente is geeft de vergunning voor de verbouwing.

Vooroverleg

Het duurzamer maken van monumenten is specialistisch werk. Om u goed te kunnen helpen, kunt u uw plannen in een informeel vooroverleg bespreken met de gemeentelijke monumentenadviseur. Zo ontstaat er begrip van beide kanten voor elkaars wensen en verantwoordelijkheden. De gemeente geeft u tijdens dit gesprek inzicht in de uitgangspunten en beleid. En u hoort welke stukken nodig zijn bij uw aanvraag. We vragen u na te denken over wat wilt u bereiken? Wilt u veel bereiken op duurzaam gebied bij uw monument? Of is bijvoorbeeld het dichtmaken van kieren en vervangen van glas genoeg? Via erfgoed@nijmegen.nl kunt u een afspraak maken voor dit vooroverleg.  

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Bij grote of sterke veranderingen kunt u een formeel vooroverleg aanvragen via de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). De ODRN behandelt namens de gemeente Nijmegen alle aanvragen voor omgevingsvergunningen. Ook die voor het aanpassen van monumenten. De plannen gaan dan naar de Commissie Beeldkwaliteit. U krijgt hiermee inzicht in de haalbaarheid van uw plannen. Meer informatie over een vooroverleg of vergunning­aanvraag bij de ODRN? Dat kan via info@odrn.nl.

Vergunning aanvragen

Na een vooroverleg kunt u de vergunning echt aanvragen. Omdat de belangrijke zaken al in het vooroverleg zijn besproken, krijgt u de vergunning meestal makkelijk. Een vooroverleg is trouwens niet nodig, u kunt ook direct een vergunning aanvragen.

Wat u nodig heeft voor de aanvraag

Natuurlijk de standaard zaken als bouwtekeningen (denk aan plaatsing, aanzichten, doorsnedes en detaillering), materiaalstaat en werkomschrijving. Daarnaast heeft u bij monumenten ook vaak nodig:

  • rapport van de Monumentenwacht
  • bouwhistorisch onderzoek
  • duurzaamheidsscan
  • (historisch) beeldmateriaal

Het hangt van uw plannen af welke documenten nodig zijn. U kunt met de Omgevingsdienst Regio Nijmegen overleggen over wat u nodig heeft om een vergunning aan te vragen.